40
Nooit een met zooveel humanen eenvoud, en toch schalksch, fijn, beslist, zoo zeker en zuiver wetenschappelijk. Hij luisterde scherp, vergat nooit wat, bracht maanden later, nog elk onderdeel van 'n gegeven uitspraak te pas, verdiepte psychisch alle opmerkingen met 'n levendige, fijne waarneem-bekoring.
Waar ik eerst, bij anderen, zoo tegen heb opgezien, verviel bij hem geheel. Ik wist hoe oppervlakkig de kennis van het kunstenaars-zieleleven bij de meeste dokters is. Ik wist dat door eiken zenuwarts, mij niet kennend, na onderzoek 't apraxia algera zou uitgesproken worden, 'n psychologische storing, 'n verhoogde voorstellingswerkzaamheid, 'n nerveuse onmacht, die me geheel ondermijnde. Ik wist hoe weinig diepgang hun analyse voor mijn gemoedstoestand zou hebben, en hoe grof ze het verbeeldings-komplex in z'n diepst-psychische werkingen van mijn geestelijk leven, zouden terugbrengen tot zekere fysiologische stoornissen. En ik kende hun gebrek aan scherpe waarneming, hun weinig logisch-verbinden van omschreven verschijnselen, en hun zwatelende pedanterie, waarmee ze hun onmacht en absentie aan diagnostische gaven meestal willen bedekken.
Bij hem niets daarvan ! Wij hadden vroeger samen gewerkt, veel der grootste levensgeheimen met schroomvollen eerbied besproken, en hij wist hoe ik hun psychologie van het kunstenaarsgevoel, hun psychisch indringen in de spanning van een scheppingswerk, allergebrekkigst vond, wijl zij met hun nuchter verstand stonden buiten de werkingen van verbeelding en dramatisch sentiment, en met scholastische psychologie, zonder groote klinische intuïtie, voor mij nooit iets konden bereiken.
Maar 't innigst was wel dat hij dadelijk in mijn geval z'n onmacht geheel bewust was, en heel zuiver 't vermogen van z'n hulp afgrensde. Ik begreep heelemaal wat hij bedoelde met z'n woorden dat ik me alleen zélf genezen kon. Hij was er om te kontroleeren en om de mogelijkheid van komplexen die zich zouden kunnen voordoen. Daarom vertrouwde ik hèm dieper, rustiger dan ik zou gedaan hebben iemand die niets van het zieleleven en de zenuwwerkingen van een schep-