i38
schrijven moet,.... en krijg ik geen menschen of kinderen meer.... dan word ik veearts... . wel zoo'n goed baantje.... de beeskes verwijten je je stommiteiten zoo niet als de oogen van 'n stervend mensch.
II.
Na twee uur ging hij weg. 's Avonds zou hij terugkomen.
Eerst had hij 't wat te duister in de alkoof gevonden, maar toen hij merkte, hoe gevoelig ik was voor licht en straatgerucht, leek 't hem toch ook beter, mij de eerste week zoo maar te zien vervelen in 't donkere hok, indrukloos blijvend voor buiten-dingen.
Hij had me gezegd dat ik over 'n maand misschien alweer over m'n werk gebukt zou zitten, al was 't 'n uurtje per dag, heel kalm.
O ! Hij had in de alkoof 'n glanzende levendigheid achtergelaten en den chloorformgeur, die mij van hem niet hinderde en benauwde.
Florence ! Hoe verlangde ik na dat eerste bezoek naar jou !
Hij had me ten strengste verboden, een enkelen brief te lezen, ook van jou niet. Ik geloof dat dit feit jou ten slotte in angstig voorgevoelen naar mij toe heeft gebracht.
Hij had Zus de strenge verplichting opgelegd niemand bij mij toe te laten, vooral geen menschen die mij emotioneel den. Ze mochten me hoogstens éven zien.
Ik moest in absolute afzondering rusten.
O ! Dat smoorduistere alkoof met nu en dan even den goudgloed in 'n hoek, van de lamp. Dagen als nachten ; nachten als dagen ! Wat 'n tranen heeft dat hok van me opgeslurpt, wat 'n wee en ontzettende smart.
Maar er was weer iets in me, dat mezelf richtte. Ik wilde me beheerschen, geen sterveling de werkelijke hevigheid van mijn leed laten zien.
Ik verborg mijn begeerte naar jou, diep, diep, in m'n ziel als 'n gewijd geheim. Ik voelde ook de waarheid van mijn vriends woorden, dat ik geen nieuwe prikkels van buiten heb