137-
Wat prachtig in aandachtspanning stond z'n geestige kop omglansd van lampgloed, wat fijn werkten z'n oogen onder de vonk-bril, en als in windspelen omgeurde mij z'n hospitaalachtige chloorformlucht. Zus bleef al maar achter hem, om-schijnseld d'r madonnakopje in roodgouden gloed, vol spanning dokters' stil onderzoek bekijkend.
De verpleegster ondersteunde mij. Met borst en longen was hij heelemaal klaar.
— David, klonk klankvol en innig z'n stem, je hebt longen van goud en 'n hart van platina. Je borst is van staal, alles Metusalems-gegarandeerd écht! Z'n humormond, joodsch-schalks en rag-geestig gelijnd, lachte fijntjes־, z'n humoroogen guitigden feller in den lampgloed achter de vonkerende glazen.
— Maar toch ben je 'n heel klein Davidje. Deze keer heeft Goliath jou geraakt, en niet met 'n kitteltje, en niet met 'n keilertje, maar met 'n echten keisteen! Je bent erg overwerkt. Dat is alles!
Neurose.... begin paralytisch____maar teruggegaan.... Je
hadt er nog leelijker bij kunnen zijn. Nou is 't eenige recept .... 't laken! Beheersch je.... bedwing je.... rust! Zet allereerst je werk uit je hoofd.... ik weet wel dat jou vooral zoo iets heel, héél moeilijk zal vallen, maar probeer 't ten minste .... 'n Vent als jij kan alles ! Je zult zien, 'n korten tijd.... en je bent er boven öp. D'r is hier maar eigenlijk één mensch die je genezen kan.... dat ben je-zelf !
En hij ging door Florence, in leuke, zachte raadgevingen, toch suggereerend 'n scherpe gedragslijn, maar spelenderwijs door z'n woorden heèn, om al 't dokterachtige, pedant-stugge er uit te bannen. Met komische inschikkelijkheid zei hij dat ie 'n groot kind als David wel bij uitzondering behandelen wilde, als ik hem maar ganschelijk vertrouwde.
Toen ik Van Daalen naar z'n eigen toestand vroeg wat later, en iets wilde weten van de gevolgen van zijn pleuris, zei hij gemaakt-luchtig :
— Prachtig jonge ! prachtig ! Ik word een onverslijtbaar aes-kül-aap ! ik heb nog zooveel polsen te voelen, als jij letters