ZIONISME. I 77
elkander verstaan, en zij komen met een bepaald om-lijnd voorstel.
Het Zionisme heeft zich in de twaalf jaren, die het nu als politieke organisatie bestaat, geconsolideerd; zijn financieele instellingen worden eerlijk en zaakkundig beheerd ; zij hebben zich normaal kunnen ontwikkelen, alle pessimistische voorspellingen ten spijt. Nu roepen we de medewerking van anderen in; laten we niet droomen van een veilige woonplaats voor het Joodsche Volk buiten Palestina. Laten we elkaar niet napraten, dat de verwezenlijking van het Zionistische streven toch niet bereikbaar is, maar laten we ons de moeite getroosten om wat meer over het Joden-vraagstuk na te denken, en om ons van de omstandigheden, die met dat vraagstuk verband houden, op de hoogte te stellen.
Waar de groote menigte steeds ziet naar de hoogere en de hoogste kringen, daar legt dit aan deze kringen verplichtingen op, andere verplichtingen dan waaraan zij nu veelal meenen te moeten voldoen. Men zie ze maar, de jongelieden van de eerste Joodsche families! Op elke kermis der ijdelheid vertoonen zij zich, gekleed volgens de nieuwste mode, bewonderd door de groote Joodsche middelklasse, die weer op haar beurt in haar vrijen tijd de café’s bevolkt, en de theaters, en billart en kaart speelt. Niets van dit alles is slecht op zich zelf, maar dergelijke ontspanningen worden meer en meer levensdoel. Onze jeugd wordt geblaseerd en voelt
12