i78 ERETS ISRAËL
weinig voor een hooger streven. Een onnoemelijke hoeveelheid energie gaat voor de Joodsche natie verloren. De Joodsche natie eischt ons op; zij wil van ons geld, relaties, maar bovenal ons zelf, onze werkkracht. En het is tijd, dat we ons hiervan rekenschap geven. De Christenheid, die steeds in het Joodsche Volk een natie is blijven zien, is in ’t algemeen sympathiek ten opzichte van het Zionisme gestemd. Vele Christenen, bezield met waarlijk nobele gevoelens, zijn bereid het Joodsche Volk te helpen. Die hulp mogen wij niet versmaden : die hulp hebben wij noodig, en laat ons zorgen dat wij die hulp verdienen.
We moeten onzen plicht doen als menschen, we moeten onzen plicht doen als burgers van het land onzer inwoning, en we moeten niet minder onzen plicht doen als zonen van het Joodsche Volk. Die plicht is — samenwerking. Samenwerking met degenen, die een weg zien om het Joodsche Volk uit zijn ellende te verlossen. Alleen samenwerking zal ons de kracht geven om die taak te volbrengen.
Tijdelijke omstandigheden, gebrekkige organisatie, kunnen de oplossing van het Joodsche vraagstuk verschuiven. Leidende staatslieden kunnen ten opzichte van de door ons gewenschte oplossing minder gunstig gestemd zijn. Maar boven alles en boven allen staat Hij, die het lot van menschen en volken in Zijne hand heeft, en óp Hem vertrouwen we wanneer we tot Hem bid-