ERETS ISRAËL
I 7 6
Sedert dien tijd zijn eenige belangrijke hoofdstukken aan de wereldgeschiedenis toegevoegd, en heden ten dage zou Hirsch waarschijnlijk anders oordeelen. Intus-schen zien we vóór ons, wat in een vijfentwintigjarig tijdvak de Joodsche kolonisatie in Palestina heeft tot stand gebracht. En we behoeven deze kolonisatie slechts te bezielen met de nationale gedachte, opdat ze ons brengen zal den terugkeer van de Joden naar den landarbeid, de oplossing van het Joodsche probleem.
Het land is gereed, het wacht op de bevolking die het zal ontginnen. De ellende onder de Joden in Oost-Europa en in vele plaatsen van de wereld is verschrikkelijk. De gezindheid van de Turksche Regeering ten opzichte van de Joden is niet ongunstig. Wanneer wij nu allen maar eendrachtig samenwerken, dan is het gestelde doel zeker bereikbaar. Het zou enkel de onverschilligheid zijn van een groot deel der welgestelde Joden, of oneenigheid onder een ander deel en onder de Zionisten zelf, die de sympathie voor ons streven zou kunnen doen verminderen. De wereld behoort te weten, dat in de omgeving van den Sultan de Zionistische beweging opmerkzaam wordt gadegeslagen, en dat men daar geen principieele bezwaren heeft om in te gaan op onderhandelingen, die betreffen zullen de vestiging van het Joodsche Volk in Palestina, mits slechts de groote Joodsche organisaties zich te voren met