ZIONISME. 175
moeten we tegelijkertijd trachten aan dezen staat van zaken een einde te maken, en een wettelijke regeling in te voeren waaraan ieder, onverschillig van welke nationaliteit of van welk geloof, zich zal hebben te onderwerpen.
Dit alles laat zich zeker gemakkelijker neerschrijven dan uitvoeren. En men moet zeker de moeielijkheden niet onderschatten, die te overwinnen zijn, aleer we van eenig succes zullen mogen spreken. Maar er is ook geen enkele reden om die moeielijkheden te özwschatten.
Het mag verwondering baren, dat de, sedert overleden, Joodsche philantroop, Baron Hirsch, die zoo bijzonder vertrouwd was met de toestanden in het Turksche Rijk, als terrein voor de door hem in ’t leven geroepen Joodsche kolonisatie aan Argentinië boven Palestina de voorkeur gaf. Alleen reeds de besparing der meerdere kosten van overtocht naar dat verafgelegen land, zouden een niet onbelangrijk aanvangskapitaal hebben kunnen vormen voor degenen, die zich in het meer nabijgelegen Palestina zouden gevestigd hebben. Elkan Nathan Adler schrijft over deze aangelegenheid in zijn boek „Jews in Many Lands”, dat baron Hirsch hem zelf verzekerde, dat de eenige reden waarom hij niet wilde dat de Joden zich in Palestina vestigden deze was, dat hij vreesde dat Rusland zich ten slotte toch van dat land zou meester maken.