DE JOODSCHE KOLONISATIE. 147
de school ook het onderwijs in de Joodsche geloofsleer en in de gebruikelijke ceremoniën verlangen, dan zou men daarvoor bepaalde uren kunnen beschikbaar stellen, zonder dat evenwel dit eventueel te verstrekken onderwijs voor alle leerlingen verplichtend zou mogen zijn. Veel beter lijkt het mij wanneer de ouders, zoodra hun kinderen daartoe voldoende rijpheid hebben, zelf met hen verschillende godsdienstige onderwerpen zouden bespreken. Dit zou er zeker toe bijdragen den band tusschen kinderen en ouders te versterken. Laat ieder vrij, om wanneer hij dit wenscht, zijn eigen priester te zijn voor zich en voor zijn gezin, en om met zich zelf uit te maken, wat hij van de geschreven openbaringen en van de traditie wil aannemen. En wanneer we ook al verschillende godsdienstige opvattingen mochten huldigen, dan zullen we toch zeker wel allen daarin overeenstemmen, dat we onze kinderen willen doordringen van het gevoel van plicht, van het besef van verantwoordelijkheid, en dat we hun gaven ten goede willen ontwikkelen, voortgaande op den weg van wetenschap en beschaving.
Dengenen, die enkel naar hun verstand hun leven inrichten en van geen geloof willen weten, kan gereedelijk worden toegegeven, dat God — oneindigheid — boven ons bevattingsvermogen gaan en dat we ons daarvan dus geen juiste voorstelling kunnen maken. Daarom aarzel ik toch niet mijn geloof in God te bekennen,