146 ERETS ISRAËL
heen, ook op de Westersche Volken. Die Joodsche historie, zij heeft nog haar oude kracht behouden; zij is nog in staat nieuwere tijden te bezielen, en als richtsnoer te dienen voor een nieuw Joodsch volksbestaan. Voorzeker, de scholen hebben een kostelijke taak te vervullen in de materiëele en de ideëele ontwikkeling van de aan haar toevertrouwde jeugd!
Van zelf stelt zich de vraag, welke plaats de Joodsche Godsdienst in het onderwijs zal innemen. We hebben gezien waartoe de Talmud Torah scholen, daar waar nagenoeg uitsluitend de Godsdienst beoefend werd, geleid hebben, en het behoeft geen verder betoog, dat getracht moet worden het daar tot dusver gevolgde systeem ganschelijk te veranderen. Maar aar. den anderen kant kan niet ontkend worden, dat in sommige scholen, waar de geestelijkheid in ’t geheel geen invloed had, het wel voorkwam, dat enkele onderwijzers het voor goed hielden hun atheïstische denkbeelden ten beste te geven, hetgeen toch ook bezwaarlijk in het belang der leerlingen kan geacht worden. Een dergelijke geest mag in de school niet worden geduld; er behoort voor te worden gewaakt, dat niemands overtuiging gekwetst worde, zoodat ook orthodoxe ouders in alle gerustheid het te verstrekken onderwijs voor hun kinderen zullen kunnen aanvaarden. Nochtans wil het mij voorkomen, dat in de school het Godsdienstonderwijs beperkt moet blijven tot de Godsdienst-historie. Mochten er ouders zijn die van