I2Ó ERETS ISRAËL
Maar de tegenpartij, die van geen veranderingen wilde weten, intrigeerde tegen Jakob Meïr tot zelfs in Con-stantinopel, waar hij bij den toenmaligen Chacham Bashi, die het oor had van den Sultan, als „gevaarlijk modern” werd afgeschilderd. De verbonden tegenstanders zegevierden en de feitelijk reeds plaats gehad hebbende keuze van Jakob Meïr tot opperrabbijn van Jeruzalem werd door den Sultan niet bekrachtigd. Blijkbaar heeft voor hem later een meer gunstige wind gewaaid, want nadr ik vernam werd Jakob Meïr in het eind van 1907 als opperrabbijn beroepen naar de belangrijke Joodsche Gemeente in Salonica.
Wanneer we willen trachten het Joodsche volk te helpen, en te helpen in het Joodsche Land, dan moeten we beginnen met de Joden die reeds aldaar gevestigd zijn. En dan moeten we ons nut doen met de ervaringen van anderen, die met hetzelfde doel als wij al lange jaren zijn werkzaam geweest.
We hebben gezien dat aalmoezen geven niet het middel is om de Joodsche bevolking op te heffen, en dat evenmin een voortdurend voogdij uitoefenende en bedillende administratie in staat is geweest om tot het gewenschte doel te voeren. Men zal er ook niet komen door in ’t wilde allerlei ondernemingen op touw te zetten. Ook hier heeft de ervaring ons geleerd. We hebben het gezien bij de zijde-spinnerij in Rosch-Pinah, die al