DE JOODSCHE KOLONISATIE. 125
en door vele der grootere en kleinere „liefdadige” instellingen, waarvan de Heilige Stad zoo rijkelijk is voorzien. Verscheidene dier instellingen vinden hun bestaan enkel door middel van dit „Schnorr”-systeem. En bij de ondernemers dier instellingen zijn er die uitstekend in practijk weten te brengen het bekende Fransche spreekwoord: „Charité bien ordonnée commence par soi-même”.
Het is duidelijk, dat men het systeem van Chalukah en Schnorren niet op eenmaal zal kunnen afschaffen. Dit ware ook niet wenschelijk, want dan zouden inderdaad honderden families van honger en gebrek omkomen. Maar het zou toch wel mogelijk zijn om geleidelijk aan de Chalukah-gelden meer en meer een andere bestemming te geven en zoodoende ten slotte tot algeheele afschaffing van het thans heerschende stelsel te geraken.
Toen ik mij einde Februari 1907 in Jeruzalem bevond, was de Joodsche gemeente in rep en roer naar aanleiding van de benoeming van een nieuwen opperrabbijn. De heer Antebi, de energieke directeur van de ambachtsschool der Alliance Israëlite, had zich veel moeite gegeven voor de verkiezing van rabbi Jacob Meïr. Ik had het voorrecht dien rabbi te leeren kennen; ik vond in hem een man van fijne beschaving én groote kennis en vervuld van den wensch om de in Jeruzalem bestaande misstanden te verbeteren.