Twee weken bedelaar

Titel
Twee weken bedelaar

Jaar
1900

Pagina's
178



149

Zij spraken een poosje met elkaar en ik vernam in dat korte oogen-Blik genoeg om een schandaalroman vol te schrijven. Kort daarop kwam een jonge werkman binnen, steunend, pijnlijk loopend.

„Wat heb jij ?” vroeg de waardin, toen hij zich op een stoel had laten vallen.

Hij trok pijnlijk zijn ouden, versleten schoen uit. Zijn voet was bloe-■derig, ontveld, met schrijnende open wonden.

,,’k Ben van Delft komen loopen. ’k Heb geen werk. ’k Heb in een stuk glas getrapt, dat door mijn rotte schoen heen ging.”

De man, die zijn vrouw zooeven geslagen had, kwam er bij.

„Zoo Dirk, wat heb jij ?”

„Wat ’k jou niet wensch. Mijn poot kapot getrapt, ’k Heb vannacht in de lucht geslapen en geen vreten gehad sedert gistermorgen, toen ’k een stuk krentebrood heb gehad, ’k Verrek van de honger.” „Geef hem een boterham en een kop koffie voor mijn centen,” zei ■de man met het roode gelaat.

De waardin ging het binnen voor hem klaar maken.

Ik haalde een sigaar uit mijn zak, bood hem die aan.

„Dank je,” zei hij verheugd en verwonderd tegelijk.

„’k Verkoop nogal wat poppen,” zei ik tot de waardin, die binnen was gekomen met drie sneden wittebrood en een kom, om mijn gulheid te verduidelijken.

„’t Water is nog niet heet.”

„Zoo gaat ’t ook wel,” zei de gewonde. En hij begón dadelijk te eten.

Toen hij zijn brood op had, begon hij met zijn zakdoek zijn voet te omwikkelen.

,,'k Zal je wel een stuk linnen geven,” zei de waardin. En ze ging naar achteren om het te halen.

De baas kwam nu ook naar voren.

„Weet jij soms wat voor mij te verdienen ?” vroeg de gewonde. „Nee. ’t is slecht. D’r is niks.”

De gekwetste bleef stil en dof zitten, pijnlijk zijn gewonden voet ■op de stoelsport houdend.

„Baas,” zei ik, „ik wil wat met je ondernemen, ’k Verkoop nogal ■wat van deze poppen. Ze kosten mij drie cent inkoop en ik verkoop ze voor vijf cent en een dubbeltje, al naar de menschen, die ze mij vragen. Nou zal ik jou de helft overdoen.”

„Jij bent ook goochem. Dan ben jij d’r af. Maar ’k heb toch geen centen.”

„Dat hoeft niet. Ik geef jou vijftien poppen. Vanavond kom je hier en geeft mij terug, wat je er van over houdt. En wij deelen samen wat je verdiend hebt.”

„Nou, mooier kan hij je waarachtig niet aanbieden,” zei de waardin. „Maar, ’ zei ik, ,,vern...k mij nou niet. Ik ben ook een gesjochte jongen en ik kan niks missen. Ik zal je vertrouwen.”

„Nou, informeer maar naar mij, waar je wil... Ik ben vanavond present.”

Ik begon de poppen te verdeelen. Er was van boven een oude man

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.