Twee weken bedelaar

Titel
Twee weken bedelaar

Jaar
1900

Pagina's
178



140

De agent werd weer binnengeroepen en ik werd naar de wachtkamer der agenten gebracht, een groot, ruim lokaal, waar een veertigtal agenten aan twee lange tafels zaten. Eenigen speelden kaart, anderen waren aan ’t spreken. Men wees mij een bankje aan, staande bij een houten brits en daar wachtte ik. Spoedig kwam mijn lotgenoot, de.jonge Duitsche muzikant, daar bij mij. Hij was bleek.

„’k Zal wel weg moeten,” zei hij. „Misschien kom jij wel vrij. Als je vrij komt, ga dan naar mijn vrouw, zeg dat ze in het logement blijft en dat ik haar, zoodra ik kan, reisgeld zal sturen. II» heb een oom, die mij misschien wat leenen wil.”

Hij bleef moedeloos en terneergeslagen zitten, tusschen hoop en vrees. Ik gevoelde medelijden met hem.

„Waar ben je geboren?” vroeg ik hem.

„’k Ben uit Weimar,” zei hij.

„Waarom bleef je niet in Duitschland. Daar is met de cither toch meer te verdienen dan hier.”

„’k Dacht, dat je hier in Holland veel kon verdienen, omdat ze hier rijk zijn. En dan, mijn vrouw wou naar Holland. Als ik alleen was, kon ’t mij niets schelen. Maar wat moet zij beginnen?”

„Nu, als ik vrij kom, zal ik haar voor vannacht wel helpen.”

„Tanke schön. Ik zal dan zeggen, dat zii ’t je dadelijk teruggeeft, als ik haar geld stuur...”

Ik werl geroepen en voor den hoofd-commissaris geleid. Mijn verhaal kan hier kort zijn. Ik deelde hem in korte woorden mede, met welk doel ik mijn vermomming had aangetrokken en welke ervaringen ik tot nu toe had gehad.

De heer Dietz achtte het echter noodig, dat ik, daar ik geen papieren bij mij had, eerst naar Amsterdam telegrafeerde, opdat hij niet alleen als mensch, maar ook als politie-ambtenaar overtuigd was en zoolang moest ik in de kamer der agenten wachten.

Ik keerde naar het lokaal terug. De cither-speler was er niet meer en ik heb hem niet meer gezien. Het antwoord op mijn telegram bleef lang uit en ik kreeg verlof om huiswaarts te gaan met verzoek om tegen vier uur nog even mijn opwachting te komen maken.

Ik begaf mij op straat. Dadelijk kwam de vrouw van den muzikant naar mij toe.

„Is hij ook vrij ?”

Ik vertelde haar, dat ik hem niet meer gezien had en dat hij mij gezegd had, dat hij haar geld zou zenden.

Zij was radeloos en had veel wroeging haar man verlaten te hebben. Zij beschouwde hetgeen haar en hem overkomen was als een straf. Ik ging naar het logement, waar ik den cither-speler ’t eerst had aangetroffen.

„Ben je daar stumperd!” zeide de dikke waardin. Ik werd bemede-lijd, beklaagd en bewonderd. Want de vrouw van den muzikant had niet verzuimd mede te deelen, hoe heldhaftig ik mij op ’t bureau had betoond.

De twee harmonica-spelers en de twee groote vrouwen kwamen binnen. Het geld werd verdeeld. Zij hadden dien dag elk één gul-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.