Twee weken bedelaar

Titel
Twee weken bedelaar

Jaar
1900

Pagina's
178



111

De slagersknecht had gelijk. Ik had de papieren poppen zelf nog niet goed bekeken.

„Maak je die allemaal alleen, koopman ?”

„Mijn heele familie!” antwoordde ik.

„Want eerst knippen, dan plakken, je touwtjes knoopen, je hebt een groot uur werk an zoo’n pop...”

Hij nam de gekochte pop in zijn hand en trok aan het touwtje, zoodat de harlekijn armen en beenen optrok.

„Voor vijf cent! ’t Is een mirakel, dat je ’m er voor geven kunt...” Dien heelen dag liep ik met mijn kleurige koopwaar door Den Haag, voornamelijk de drukke straten kiezend. Tegen den avond had ik zes poppen verkocht voor 35 cent, vijf voor één stuiver, één voor een dubbeltje. De dame, die deze pop kocht, wilde geen stuiver terug hebben. Mijn winst bedroeg dus zeventien cent.

Het is zeer waarschijnlijk, dat een vak-koopman, zijn waar uitschreeuwend en ze aan ’t publiek opdringend, er meer zou verkocht hebben. In de drukke Haagsche winkelstraten waren vijftallen kooplieden druk aan ’t venten van hun waren. Vooral gekleurde vang-ballen van celluloid werden druk aangeprezen. Hoeveel hadden die menschen ontvangen, hoeveel verdiend op één dag? Ik besloot een poging tot onderzoek te wagen.

Een nog jonge man, ik schat hem op zes- of acht-en-twintig jaar, was heesch van ’t uitroepen. Ik strompelde naar hem toe en zeide : „’k Heb een goeden dag gehad, ’k Heb een daalder gemaakt.” „Een daalder, met die poppen?”

„Ja, een daalder, hier kijk maar. ’k Heb er drie verkocht voor een kwartje ’t stuk.”

Hij nam de poppen op, die voor mijn borst hingen, bevoelde ze en zei:

„’t Is een mooie negotie. D’r zit kleur in; d’r zit antrekkingskracht in. Maar een daalder! Ik schreeuw mijn keel droog van vanmorgen tien uur en ’k heb twee-en-twintig stuiver. Daar kan ik geen huis van laten zetten, vader. En ’t mot nou de beste tijd zijn.”

„Dan ben jij ongelukkig. Dan heb je geen stand,” mompelde ik. „Stand, stand, wat is stand ? Vraag al die menschen hier, wat stand is. We hebben allemaal stand en wij verdiene allemaal geen zout in de pap. Twee centen op een bal. I k zal God danke, als de sinaasappelen los komme. Jij hebt vandaag nou, ten minste zoo as je zeg, een daalder ontvangen en je zal een gulden verdiend hebben. Nou reken ik eens heel hoog. Maar wat heb je morgen ? Vind morgen weer drie gekken, die je een kwartje geven voor 200’n pop...”

„Rook een sigaar van me,” zei ’k, hem een sigaar gevend en mij verwijderend.

Hij nam met een grage beweging de sigaar aan, liep met mij mee. „Je bent zeker niet in de Haag bekend?”

„Nee,” zei ik.

„Dan zal ik je een raad geven. Ga met je poppen naar de Indische buurt, hier rechtuit en dan rechtsom. Daar zit „moos!”

En zijn bundel gekleurde ballen voor zich uit houdend, begon hij weer te roepen : „Allo ballè, ballè, een cadeau voor Sint-Nicolaas...”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.