Twee weken bedelaar

Titel
Twee weken bedelaar

Jaar
1900

Pagina's
178



I IO

Opeens kwam de baas, die nog zooeven aan ’t gekscheren was geweest, woest vloekend uit ’t voorkamertje. Hij hield een stukgescheurd frontje in -zijn hand.

„Die verd... wève met ’r Haagsche drokte. Wat doe ik met zoo’n strop van blik om mijn keel. Mijn vaar het ’r ook nooit een gedragen en mijn grootvaar niet en mijn heele familie niet. En mot ik nou met zoo’n ding om mijn nek opgescheept zitte? Die wève met d’r trots. Ze kenne me met d’r nieuwerwetsigheid met mekaar verz...pen worde! Me jas... zoo en nou mee...”

De groote vrouw', nu met een breeden mantel met gitten om en een opzichtig, maar te klein hoedje op, volgde haar man.

„Xou, we gane even naar de markt hoor. U kijkt wel is naar de rooie kool,” zei ze tot de vrouw van den harmonica-speler, die sokken zat te stoppen.

Ze gingen beiden naar de markt; de eerste maal, dat ik het echtpaar uit zag gaan, sedert mijn komst, nu een week geleden (*).

Ik had het leventje hier nu zoo wat afgezien en besloot een anderen kring ter observatie te gaan opzoeken.

Ik ging naar buiten, wandelde naar de markt. Op de markt stond een man, die papieren paljassen verkocht. Daar het tegen Sint-Nico-laas liep en op dit oogenblik vele kleine straatkooplieden vangballen van celluloid, speelgoed met mechaniek, prenteboekjes, kinderhorlo-ges trachtten te verkoopen, besloot ik mij bij hen te voegen.

Ik ging naar den eigenaar van de paljassenkraam en vroeg hoeveel de papieren poppen voor mij, als koopman, zouden kosten.

„’k Verkoop vandaag niks. Je ken ze krijgen voor mijn inkoop, ’k Weet niet, hoe ik er afkom.”

Ik kreeg tw'ee dozijn paljassen en één grooten als reclame toe voor vijf-en-zeventig cent. De koopman gaf mij een haak, zoodat ik de paljassen voor mijn borst kon dragen.

Dadelijk begon ik moeite te doen om de paljassen te verkoopen tegen vijf cent het stuk. Ik had echter geen succes. Juist gingen de scholen uit. En in een oogenblik was ik door een heelen stoet kinderen omringd, die gelukkig lachend voor mij uit liepen.

„O piassen, o piassen. Baas, mag ik is an het touwtje trekken...”

Ik merkte nu ook, dat ik, door mijn bonte, duidelijk zichtbare koopwaar dadelijk in de achting van ’t publiek gestegen was. De bedelaar heeft schier altijd een vijandige menigte om zich heen. Men haat hem, men veracht hem en de enkele persoon, die hem wat geeft, doet het meestal eigenlijk tegen zijn zin. Doch de paljassen, die ik zoo zichtbaar droeg, toonden, dat ik een koopman was.

De eerste paljas verkocht ik aan een slagersknecht, die uit een winkel kwam.

„’t Is voor mijn kleine meid. Ik kan ze ook zelf maken, maar ’t is zoo’n werk. ’k Begrijp niet, hoe jelui ’t er voor kunnen maken.”

(') • De welwillende lezer zal zeker reeds voor zichzelf den datum van den dag myner komst, die ten onrechte in het begin van dit boekje staat vermeld als 14 November, hebben veranderd in 21 November. De daarna volgende data zijn juist.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.