Dramatische werken: Medea, De bron der jeugd, De gijzelaars

Titel
Dramatische werken: Medea, De bron der jeugd, De gijzelaars

Jaar
1914

Overig
Verzameling van drie toneelwerken

Pagina's
340



185

RUITENVROUW

Mijn allerliefste brave man, ik weet,

Ik ben in het verloop des tijds niet steeds, Geweest zoo je mij je hebt voorgesteld,

Toen wij in jeugd elkander echt beminden,

En ’s avonds koosden onder ’t loof der linden.

RUITENHEER

Neen, lieve vrouw, de schuld lag meer aan mij, Maar voortaan wijk ik niet meer van je zij,

De dure eeden, waarmee ’k eens je trouwde.

Die zal ik voortaan liefdevol gaan houden.

RUITENVROUW

Zoo ik, mijn allerliefste, brave man.

RUITENHEER

Wat niet zoo'n droom een mensch verandren kan. Derde Tooneel. Schoppenheer. Schoppenvrouw, SCHOPPENHEER

Ik weet niet, wat mij heden heeft bevangen,

’k Ruik lindebloesem en hoor vogelzangen.

En 'k zie jou lieve vrouw omstraald van jeugd.

SCHOPPENVROUW

En ik zie jou als held vol moed en deugd.

SCHOPPENHEER

Hoe liefste blijft het schamper lachen uit?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.