89
en zich zelve in valien. Hans bukte zich en wilde het oprapen. Toen hij zich bukkend met zijn gelaat dicht tegen de ballustrade kwam, duwde zij haar dij tegen zijn schouders, zachtjes, tersluiks, maar durend en aanhoudend.
Toen hij haar het foudraal overhandigde, zeide zij: „Dank u hartelijk . .” daarna, even wachtend, ernstig: „Zegt u mij eens mijnheer Wentinck . . . heeft u daar op Willemsoord veel omgang met vrouwen gehad ?. . .” „Met vrouwen . . . neen . . . dat zoo niet. . .” „Kwam u er nooit met vrouwen in aanraking?”
„Ja . . . ziet u . . . er waren wel eens bals, waarop wij werden uitgenoodigd en daar dansten wij met de meisjes. Ook brachten wij wel bezoeken aan families met dochters ...”
„We, we . . . ging dat altoos en compagnie?”
,,Zelden geheel alleen . . . tenzij dan de adelborsten eerste klasse, die ai meisjes op ’t oog hadden, waarmee ze zich hoopten te engageeren.”
„Dus u bent eigenlijk nog nooit verliefd geweest?” „Dat wel. . . maar . . .”
„O . . . maren . . . ü heeft toch geen blauwtjes ge-loopen?”
„Nee . . . dat is het niet. . . maar ik geloof, dat ik eigenlijk niet weet wat verliefd zijn op een meisje is.” „U bent ondeugend. Dus u meent dat u alleen verliefd op getrouwde vrouwen zoudt kunnen worden ?” Hij trok nu toch even, als instinctief, zijn knie terug toen zij hem weer aanraakte.
„Of bent u bang voor getrouwde vrouwen. Dat is heel dwaas hoor. Als ik jonge man was zou ik bij voorkeur mijn avontuur bij getrouwde vrouwen zoeken.