75
,,Verschrikt u van ons voorstel?” vroeg de notaris verwonderd.
„Het komt zoo opeens, nietwaar mijnheer Wen-tidck”, zei mevrouw snel.
Er werd een kruier naar moeder gezonden met een briefje, waarin Hans schreef, dat hij heden niet thuis zou eten en laat zou thuiskomen, omdat hij bij de familie bleef en ’s avonds mee naar Faust zou gaan.
Voor het diner noodigde de notaris Hans uit met hem in zijn bibliotheek een glas sherry te gaan drin-en. Mevrouw zou hen daar komen halen.
De bibliotheek was een groote kamer met hooge vensters. Kr stonden tegen de wanden boekenkasten met rijen fraai gebonden boeken. Voor de kasten waren groene gordijnen, nu gedeeltelijk opengetrokken. Voor het rechtsche raam een groot bureau mi-nistre, waaraan een leunstoel geschoven was. Er was voor den haard een rond tafeltje geplaatst met twee lage Engelsche zetels. De notaris schonk twee glazen vol uit een kristallen caraft.
„Santé, mijnheer Wentinck. Hier bent u in mijn vluchthaven. Als u er pleizier in hebt, loop dan maar eens langs al die gecomprimeerde levenswijsheid. Misschien vindt u er wel ’t een en ander bij, dat u lijkt. Dan kunt u dat wel meenemen of ik zal ’t u laten bezorgen. Ze zeggen wel boeken leenen brengt weenen, maar dat is schriel-Holiandsch. Ik ben van meerling, dat daar wat in de boeken staat, gemeenschappelijk eigendom is, men de boeken zelve ook niet al te veel als privé bezit moet beschouwen. Raak liever eens een boek kwijt of krijg er eens een beschadigd terug, dan dat je mèt het boek, dat je eigendom is,