68
weten te handelen,” zeide Hans, zijn hoofd opgericht en zijn borst welvend. ,,Ik wensch uw bestelling niet. . . Ik heb de eer u te groeten . .
Hij liep rechtopgericht de kamer uit. Bij de deur maakte hij een diepe buiging voor mevrouw.
„Kom gauw terug . . . van middag als je kunt,” zei ze hem haastig en zacht, haar hoofd afgewend van haar man, terwijl Hans den gang instapte.
Hans groette nogmaals buigend, achteruit den rnin^ doorgaande
Toen hij buiten de deur was, bleef hij rechtopgericht, met het hoold in den nek doorloopen. Hij gevoelde zich als een middeleeuwse!) ridder, die een gemartelde vrouw beschermd had. Het was hem alsof hij hooge laarzen met rinkelende sporen droeg en voor een winkelraam gekomen, waarin een grooten spiegel hing, bezag hij zichzelf. Nu eerst ontdekte hij met schrik, dat hij bij het handgemeen zijn das verloren moest hebben. Dat hij geen das had, maakte hem meteen teneergeslagen. Hoogopgericht had hij door de straten geloopen, naar hij meende bewonderd door de menschen en nu bleek het, dat hij, zonder das, belachelijk was gew-eest.
Hij knoopte haastig zijn colbert hoog toe en liep voorovergebogen, thans ook bemerkend, dat hij zijn tasch met boeken bij den notaris achtergelaten had.
Vanmiddag zou hij terug gaan. Hij liep gebogen en in zichzelf gedoken, treurig en vernederd naar huis, snelde drie trappen tegelijk op naar boven, naar zijn kamer, en bezag zich daar dadelijk in den spiegel. Het was nog al losgeloopen. Zijn gelaat