i8o
verscheurden om door bloed en wreedheid, wellust
op te wekken.
Moeder was er niet . . . gelukkig . . . gelukkig . . . moeder niet . . . dat was moeder bespaard gebleven . . . dat zij hem zoo had moeten zien, als vuile harlekijn, als walgelijke comediant, het edelste van den hoogen dichtergeest prostitueerend voor een troep geile hoeren en snoeren, snollen en pollen . . . bah, bah . . . over het gansch bedrijf van deze wereld ... o, o, dat de Almacht straf op zelfmoord heeft gesteld!.. . .
1 lij zat nu in de kleedkamer, had zijn gelaat dik met vaseline ingesmeerd, wischte met een doek de vette verven van zijn mombakkes, zijn masker, zijn grens, zijn grijnzende kop van grof-zinnelijk men-schenbeest.
Van Delft was binnengekomen met een dikke, zwarte import-sigaar met een rood bandje er om in den mond, ondanks het verbod om te rooken achter het tooneel. ... En ook Abraham Beer, aarzelend bescheiden. . . .
„,Gefeliciteerd . . . gefeliciteerd . . zei van Delft, vroolijk. ..Kerel, kerel . . . wat een succès . . . Die sigaar heb ik van Focke ... hij is razend gemaakt door zijn dochter... je krijgt een ton voor een eigen theater . . . maar je hebt al die teven in de zaal vanavond dan ook van katoen gegeven . . . haarlui mannen zullen er vannacht van moeten lusten — dat noem ik opkikkeren ... en nou jij . . . Beertje?”
Hans voelde neiging de vette vaseline doek voor zijn gezicht te houden en in snikken uit te barsten.