i74
zoon van zijn finantieele helpers. Zijn ontembare werkkracht, zijn ijzeren wil, zijn nauwlettendheid ook voor de kleinste détails, wekten bewondering en gaven hem een allesbeheerschend overwicht.
Moeder had de generale repetitie bijgewoond. Toen hij daarna met haar in de equipage der Cortenaers naar huis werd gebracht, wras hij stil en bedroefd schier tot weenens toe. Moeder voelde wel, dat iets hem terneerdrukte, maar zij zweeg tot zij thuis waren. Toen zorgde zij zelve voor het souper, dekte de tafel zelf en met het eigen oude tafelzilver, het eigen oude kristal en ook het servies van kostbaar Sèvres-porcelein, dat alleen bij verjaardagen was gebruikt zoolang als Hans het zich herinnerde, zette zij op tafel. Hij voelde haar als een engel, die om hem zweefde.
De stille, huiselijke, bekende weelde streelde hem. Hij zag naar moeder, naar heur zachte oogen van geschilde druiven groen en at de toast met sardines, het zachte, door haar voor hem half gepelde versche eitje, dronk de geurige en toch slappe thee.
Toen, na het souper ging ze op de sofa zitten . . .
,.Hansje ?”
Met haar oogen vroeg ze hem naast haar te komen zitten. Zij nam zijn handen in haar fijne, blanke, handen van edelvrouw en liet zichzelve uitstralen in hem, dat hij zijn lichaam vol voelde worden van een heiligen damp, dat hij zich voelde onwademen door een aureool, dat van haar uitscheen. Zoo zaten ze een poosje zwijgend.
Toen zei ze:
,,Je was groot- vanavond jongen. Je was een prins, een echte koningszoon. Wat fier liep je. Wat edel