XV.
Het was een gebeurtenis in de tooneelwereld van het Nederland van tusschen achttien honderd tachtig en negentig. Hans Wentinck, de jonge tooneelspeler, die alles ondersteboven zette, de man van de nieuwe tooneelspeelkunst, die naast de nieuwe schilderkunst en de nieuwe dichtkunst was ontstaan, zou met een gezelschap vae beroepsspelers versterkt door dilletanten, dames en heeren uit de voorname Nederlandsche kringen, een model opvoering van • den Hamlet van Shakespeare geven. De Ophelia zou gespeeld worden door Eudoxia Cortenaer; de Horatio zou gespeeld worden door Pol Cortenaer. En deze twee leden ecner zoo voorname, rijke Amsterdamsche familie, zouden niet alleen met beroeps-spelers op één tooneel willen verschijnen, neen, de nieuwe tijd brak aan, met vooroordeelen werd gebroken. Mevrouw den Tiel Haastrecht Ris, de excentrieke jonge vrouw van den bekenden, schatrijken notaris, die de wereld een slag in ’t aangezicht had gegeven door zijn maitresse te trouwen, had zitting in het comité van het waarborgfonds.
Er waren nieuwe decoraties gemaakt, door een modern Haagsch kunstschilder ontworpen. Er waren nieuwe costumes te Londen besteld en een Leidsch professor in de geschiedenis had den ontwerper der