170
sprak over de Bacon theorie, redde zich ten slotte door de onderstelling van Beer, vernuftig en geestig te noemen en in elk geval nieuw en oorspronkelijk.
Toen zij scheidden en elkaar de hand drukten, trachtte Wentinck, Beer in de oogen te zien, klaar en doordringend zooals Kolos, dat altoos ook deed. Maar hij huiverde en wendde het oog af.
,,Je bent toch niet kwaad op mij ... ’t is maar een theorie, die in mijn ziel intuitief op is gekomen? .. .” vroeg Beer verwonderd.
„Niet kwaad . . . maar je moest niet zoo pedant zijn ... Je komt toch als ik den Hamlet speel . . . Want ik treed er binnenkort in op.”
„Natuurlijk, natuurlijk ... en laat je niet door mijn ideeën beïnvloeden . . . Ieder zij zichzelf. . .” „Natuurlijk, natuurlijk . . . Adio Beer . . .”