140
,,Neen, neen, neen... als je wist, hoe ik daarnaar verlangd heb . . . neen, neen . . . dat jij, jij mij lief zou kunnen krijgen . . . lief om mijzelve. . . zeide zij.
Hij sloeg zijn arm om haar dik lichaam en het was hem of zijn arm bloedrood was en vurig gloeide.
,,lk vind jou ook mooi . . . zoo heerlijk mooi, dat ik zou willen dat je mij wat aandeed ... ik weet niet wat . . . maar iets geweldigs, iets ontzettends, iets waarbij ik schreeuwen zou moeten, gillen . . . druk mij vaster. . . Druk mij vaster. . . .”
Zij wierp zich achterover op de sofa. . .
„Doe het, doe het, doe het. . .” kreunde zij, haar oogen zoo naar boven opslaand, dat hij slechts het wit zag. . . •
O
* * *
Het leitje viel schuin langs haar dij en barstte schilferend, toen het op den grond kwam. Hans lachte, nog hijgend, hield het juichend op . . .
„Lik het schoon ... lik het ^hoon ...” beval hij. Zij zag hem weer aan, dat het wit van haar oogen alleen te zien kwam, stak haar tong uit. Hij haalde het gebarste leitje langs haar tong, en nogmaals, nogmaals, zoodat zij al de cijfertjes weglikte ...”
„Is het zoo genoeg?” vroeg zij onderworpen.