139
doen als hij hun niet te voren verzekeren zou kunnen, dat zij hun geld goed beleggen.”
,.Ja, maar voor de kunst moet men toch wat over hebben.”
,,Je kunt toch niet eischen, dat ze voor de kuns hun zuurverdiend geld zouden weggooien ...”
Zij zeide het hard en overtuigd. In Hans kookte het. Hij voelde den drang in zich haar iets gewelddadigs aan te doen. Hij keek op haar leitje met de zuiver geschreven cijfers, zorgvuldig en afgepast naast en onder elkaar gesteld.
Zijn vuist balde zich om haar opeens op dat bolle, ronde boerinne-gezicht een slagf toe te brengen. Diep-in waarschuwde iets hem en zeide: Doe het fijn, doe het diabolisch, doe het als Mephisto.
De naam Mephisto deed hem opeens trillen. Hij voelde zich slank, pezig, langer dan hijzelf was en zijn lichaam voelde hij rood, bloedrood, lichtbloed-rood en als bloed, dat in beweging is, levendig om zich heen stroomen.
Hij ging voor haar staan, trok zijn wenkbrauwen samen, zijn schouders hoog.
„Weet je wel, dat jij een duivelsch mooie vrouw bent?”
Zij keek naar hem op, hulpeloos, zwak, verheerlijkt.
„Ik? Vindt je mij mooi.”
„Heerlijk mooi, bovenmenschelijk mooi. ... je bent voor mij de mooiste vrouw, die ik ooit ontmoet heb. , .”
Zij zuchtte.
„Kom naast mij zitten”, smeekte zij.
Hij ging naast haar zitten met dezelfde beweging als Possart naast Martha was gaan zitten.