rijden om naar het Deutsche Theater of naar het Grosse Schauspielhaus te gaan, die allebei onder leiding stonden van Max Reinhardt. We hadden een heerlijke, zorgeloze tijd.
Maar om compleet gelukkig te zijn, miste ik maar een ding: de liefde. Toen ontving ik een verrassend telefoontje. Het was Clarissa! Wat een wonder om haar stem te horen!
In januari was ze op avontuurlijke wijze uit Moskou gevlucht. Met valse papieren die op naam van ‘Ferdinand’ stonden, was ze naar Berlijn gereisd. Deze naam hield ze.
Ze woonde in een pension in het westen van de stad.
Een paar dagen later zagen we elkaar weer terug. Na zes jaar! We hadden elkaar zoveel te vertellen. Clarissa was in Rusland kort getrouwd geweest en had een dood kind ter wereld gebracht. Tenslotte besloot ze te vluchten.
Was het weerzien voor ons allebei van een bijna onwerkelijke schoonheid, de volgende weken overtroffen mijn stoutste dromen. Niets stond onze liefde in de weg. We zagen elkaar regelmatig, gingen uit, dansten en haalden alle kussen in die we elkaar tijdens onze kindervriendschap niet hadden kunnen geven.
Om elkaar echt lief te kunnen hebben, stuurde ik mijn ouders vaak op zondag naar de bioscoop en had onvergetelijke uren met Clarissa, die ik nu liefkozend Goldchen noemde.
Mijn vurig verlangen was in vervulling gegaan: ik lag in de armen van mijn eerste grote liefde. Bedwelmd door de gebeurtenissen schreef ik een gedicht:
Noch einmal kehren die Knabenjahre wieder!
Selige Erinnerungen kehren zurück.
Durch mein Gemüt zieh'n die ersten Liebeslieder, Sprechend von meines Herzens Pein und Glück.
Wieder seh’ ich vor mir jenes Gotteshaus,
In dem ich einst zum ersten Male sie erblickt.
Ihr Erscheinen riss mich aus der Alltagswelt heraus Und führte in ein Traumesland, das mich entzückte. Wenn ich nach jener Zeit jetzt lauschte,
So würd’ich hören, dass ich ihr oft nachgerannt, Dass ich verliebte Blicke mit ihr tauschte,
Aber sie anzusprechen doch den Mut nichtfand.