jong bedrijf. Het heet Cohn, Walder & Co. en zit in de Jerusalemerstrasse 17. Ze zoeken een calculator. “
De heren Cohn, Walder en een derde compagnon, de heer Nachschön, ontvingen me vriendelijk. Cohn en Walder waren ongeveer tien jaar ouder dan ik, terwijl de heer Nachschön midden vijftig was, dus ongeveer zo oud als mijn vader. We vonden elkaar sympathiek, ook van mijn vakmanschap kon ik hen overtuigen en zo stond een arbeidsverhouding niets meer in de weg. Op 1 oktober trad ik in dienst voor een maandsalaris van 150 mark, iets meer dan daarvoor.
Cohn, Walder & Co. was kleiner dan Cohn & Rosenbaum. Naast de boekhoudster, mevrouw Krimski en magazijnmeester Sens, werkte er nog een mannequin, juffrouw Lorenz. Voor mij was het een voordeel, dat het bedrijf zo overzichtelijk was. Ik leerde hier weer heel andere dingen. Mijn chef, Erich Cohn, leerde me model tekenen en het vervaardigen van ontwerpen voor de collectie. Bovendien mocht ik veel meer dan voorheen klanten helpen. Ik deed een verrassende ontdekking: enkele inkopers waren homo-sexueel en juist zij wilden graag door mij worden geholpen. Er was me al vaker verteld, dat ik er goed uitzag. Kennlijk aantrekkelijk voor beide sexen.
Om mijn vakkennis verder uit te breiden, schreef ik me in voor de textielschool in de Warschauer Strasse. Elke zondagochtend werd er les gegeven.
Hier leerde ik Werner Kadisch kennen. Zijn vader had een fabriek die garens produceerde en die Werner, een economiestudent, van plan was over te nemen. Werner wilde zijn kennis ten aanzien van het productieproces vergroten en beter leren beoordelen welke eigenschappen garens moesten hebben voordat je er een stof van kon weven.
We mochten elkaar op het eerste gezicht. Een paar keer per week spraken we af en gingen uit, bij voorkeur naar de bar Magonski in de Meinecke-strasse. De eigenaar van de bar speelde viool. En heel vaak was er ’s avonds een muzikaal programma.
Het Künstlerkaffee in de Budapester Strasse, afgekort Kü-Ka, vereerden we ook heel graag met een bezoek. Daar kwamen inderdaad veel jonge kunstenaars, die chansons zongen of politiek getinte gedichten voordroegen.
Zondagmiddag gingen we dikwijls naar de Marmorsaal bij de ‘Zoologische Garten’, waar de Bostonclub een thé dansant organiseerde. Als ik daar danste, leek het me soms, alsof ik deel uitmaakte van een reusachtige golf die op en neer deinde, gedragen door melodieën, zoals Valencia.
In de zomer van het daaropvolgende jaar kocht Werner’s vader een Opel en nam een chauffeur in dienst. Wij genoten ervan ons de stad in te laten