gemene staking was.
De effecten van de staking waren overal voelbaar. Het openbaar vervoer reed niet en veel werknemers hoefden niet op hun werkplek te verschijnen. Wie dat toch wilde, kon meerijden met paard en wagen. Dit vervangende transportmiddel kostte overigens niets.
Die zomer gingen we weer met het hele gezin op vakantie. Ons reisdoel was Ilsenburg in de Harz. Het idyllische landschap en het romantische stadje deden mijn gedachten teruggaan naar vervlogen tijden. Voortdurend dacht ik aan mijn eerste liefde: Clarissa.
Hoewel ik sinds ons afscheid in 1916 niets meer van haar had gehoord. Een paar brieven die ze mij vanuit Kopenhagen op doorreis naar Moskou had geschreven, had ik pas kort voor de vakantie gekregen. Mijn moeder had ze vier jaar daarvoor onderschept en gaf ze me voor ons verblijf in II-senburg.
“Je zat toen net voor je examen”, rechtvaardigde ze haar handelen “en ik maakte me zorgen, dat die brieven je teveel zouden afleiden.”
Plotseling was alles weer heel dichtbij. Vervuld van verlangen, merkte ik hoeveel Clarissa nog steeds voor me betekende. Ik had zo’n voorgevoel dat ik haar terug zou zien.
Eind september vond de jaarlijkse inventarisatie bij Cohn & Rosenbaum plaats. Om vast te stellen hoe groot onze voorraad stoffen was, moesten we alles doormeten.
Ik stond net bij een baal stof, die nog ongebruikt was, toen Julius Cohn eraan kwam en mij vroeg: “Heeft u de stof doorgemeten?”
“Nee”, antwoordde ik, “het is immers nog de originele baal zoals die ons door de fabrikant is geleverd. Ik neem over wat er werd opgegeven qua me-trage en afmeting. Toen viel mijn chef uit: “Als iedereen zo lui was als u, konden we ons het inventariseren besparen. U bent een klaploper!”
Ik voelde me volstrekt onrechtvaardig behandeld, daar ik me juist zo had ingezet bij het inventariseren. Toen ik het thuis vertelde, adviseerde mijn vader me onmiddellijk op te zeggen. Hij zou me helpen om een andere baan te vinden.
De volgende dag ging ik naar Julius Cohn: “Ik zal Cohn & Rosenbaum met onmiddellijke ingang verlaten. De manier waarop u met uw personeel omgaat, staat me niet aan.”
“U doet maar”, antwoordde hij met een verongelijkt gezicht.
Die middag al belde mijn vader me op: “je kunt morgen solliciteren bij een