overkant van de straat door Duitse soldaten geconfisqueerd en als kazerne gebruikt.
Ik sloeg de Duitsers dagelijks gade, als ik op zolder bij de radio zat. Op een middag zag ik, dat een paar van hen draden of kabels aan een boom bevestigden. Ik vertelde dat aan Margot en Ursel. Ze vroegen me nadrukkelijk die dag af te zien van het luisteren naar het nieuws van zes uur. Met tegenzin stemde ik toe, omdat de dagelijkse portie radionieuws voor mij net zo belangrijk was als een stuk brood.
Klokslag zes uur werd er gebeld. We zaten in onze kamer. Pa van Har-tingsveldt deed de deur open. We hoorden mannen met zware laarzen de trap opstormen, langs onze kamer, op weg naar zolder. Onze adem stokte. Korte tijd later denderden ze weer naar beneden en verlieten het huis.
Even later kwam Pa van Hartingsveldt naar ons toe en vertelde, dat twee soldaten een kabel over straat hadden getrokken en die aan het huis hadden bevestigd, waarvoor ze bij ons op zolder hadden moeten zijn.
Dankbaar keek ik Margot en Ursel aan.
Eenmaal in de week ging Pa van Hartingsveldt op de fiets naar een boer om meel, melk, aardappels of andere levensmiddelen te kopen.
Uit de melk kon je op een makkelijke manier boter maken. Je deed de melk in een fles en sloot die af met een kurk, waarna je de fles net zo lang heen en weer schudde, tot er vlokken ontstonden. Met dat werk hielpen we Ma van Hartingsveldt. Op onze dagelijkse ‘wandeling’ langs onze kamers namen Margot en ik elk een fles mee, die we als een cocktailshaker wild op en neer bewogen.
Op een keer, toen Margot voor me uit liep en zich aan het eind van de gang omdraaide, zag ik witte straaltjes van haar afdruipen, vanaf haar hoofd tot aan haar voeten. Ik moest ontzettend lachen. Eerst waren we verbaasd hoe dat kon gebeuren: Margot’s fles zat goed dicht. Maar toen ondekten we, dat de kurk van mijn fles was los geschoten! En het kostbare vocht droop niet alleen van Margot af, maar ook van de muren. We kwamen niet meer bij van het lachen en waren niet in staat om iets te doen.
Gelukkig hoorde Ursel ons. Toen ze zag wat er gebeurd was, droogde ze met een handdoek eerst de muren en daarna Margot’s gezicht en haar. Langzamerhand kwamen we tot bedaren en besloten wat van de melk uit Margot’s fles in de mijne over te gieten. Ma van Hartingsveldt mocht er beslist niets van merken! Snel trok Margot nog een andere trui aan. En toen kwam Ma van Hartingsveldt al de trap op om te vragen waarom we zo’n lawaai maakten. Gelukkig rook ze de gemorste melk niet. Wel was ze ver-