vatieve katholieken, de antirevolutionaire protestanten en een deel van de liberalen, die de vluchtelingen met argusogen bekeken en hun aantal wilden inperken. Aan de andere kant verzamelden zich de liberale protestanten, de sociaaldemocraten en de communisten, die zich inzetten voor internationale hulp en een soepeler toelatingsbeleid. De felste aanvallen op de joodse vluchtelingen uit Duitsland kwamen van de NSB ('Nationaal-Socialistische Beweging’'), waar echter maar zo’n twee procent van de kiezers op stemde.
In april 1939 had minister-president Colijn zijn ‘beste Nederlanders’ in een radiotoespraak nog verzekerd dat het land niet acuut bedreigd werd en dat men rustig kon gaan slapen...Vier maanden later bracht Hitler met de inval in Polen de Tweede Wereldoorlog op gang.
De oorlog, of: dat kan ons toch niet overkomen
In de vroege ochtend van 10 mei 1940 kwamen de Duitse troepen de grens over en vielen zonder waarschuwing vooraf Nederland binnen. De neutraliteitsdroom viel in één klap in duigen. De slecht bewapende Nederlandse troepen waren niet in staat de agressor serieus tegenstand te bieden. Op 14 mei werd het centrum van Rotterdam door een Duitse luchtaanval verwoest, terwijl de stad zich nota bene al had overgegeven. De regering en de koninklijke familie vluchtten naar Londen. De dag daarop tekende de Nederlandse opperbevelhebber de onvoorwaardelijke capitulatie. Nergens zijn angst en wanhoop waarschijnlijk groter geweest dan onder de Duitse joden die de nationaalsocialistische praktijken al aan den lijve hadden ondervonden. Sommigen maakten in die dagen een eind aan hun leven, anderen probeerden alsnog te vluchten.
Op persoonlijk bevel van Hitler werd Nederland niet onder militair bestuur gesteld zoals Frankrijk en België. Als ‘Germaanse broederstaat’ kreeg het bezette land alleen een Duitse bestuurstop onder leiding van een ‘Reichskommissar’, de Oostenrijker Arthur Seyss-Inquart. Een van zijn eerste maatregelen was de opheffing van het gekozen parlement en van de Raad van State. De nieuwe machthebbers kregen steun van Nederlandse nationaalsocialisten. Al gauw begon de jodenvervolging. Op 31 augustus 1940 werd de sjechieta, het rituele slachten, verboden, een decreet waar vooral de koosjer levende orthodoxe joden de dupe van waren. In september moesten alle niet-Nederlandse joden de kuststreek verlaten, een maatregel die veel Nederlandse joden in hun opvatting sterkte dat zij niets te