van de wet ‘tot herstel van het overheidsambt’ van 7 april 1933 en de verschillende uitvoeringsbepalingen daarvan werden alle joodse ambtenaren, employés en arbeiders uit overheidsdienst ontslagen.
Kort daarop werden de ‘niet arische’ professoren en wetenschappelijk assistenten van de universiteiten verwijderd. Het was advocaten en notarissen en ziekenhuisartsen voortaan verboden hun vak nog uit te oefenen. Het aantal joodse studenten op de Duitse universiteiten werd drastisch ingekrompen. Bijna geen week ging er voorbij of dit perfide systeem van verdachtmaking, laster en uitsluiting werd nog verder bureaucratisch geperfectioneerd. Daarbij kwam persoonlijk getreiter in een sfeer van toenemende rechteloosheid. Overal aan gemeentegrenzen, op scholen en sportvelden, in winkels en cafés verschenen borden met het opschrift ‘Voor joden verboden’. Het gevolg van deze en soortgelijke maatregelen tegen joden liet niet lang op zich wachten: steeds meer winkels sloten hun deuren of gingen failliet, het aantal werklozen steeg, de armoede en emigratie (vaak laatste uitweg) namen toe.
Alleen al in het eerste jaar dat de nationaalsocialisten aan de macht waren, verlieten ongeveer 37.000 joden hun Duitse ‘vaderland’. Slechts zeven tot negen procent stak de oceaan over, rond twintig procent ging naar Palestina. Bijna driekwart van alle joodse emigranten zocht zijn toevlucht in één van de Europese buurlanden. Hoewel het Duitse rijk onverstoorbaar doorging met zijn anti-joodse politiek daalde het aantal emigranten in de jaren daarop naar een gemiddelde van 24.000 per jaar. Zelfs de invoering van de ‘Neurenbergse rassenwetten’, die de joden geheel van hun burgerrechten beroofde en definitief tweederangs mensen van hen maakte, zorgde niet voor een noemenswaardige stijging van het aantal emigraties. Pas door de ‘Rijkskristalnacht’ van 9 november 1938, met de willekeurige moord op honderden mensen, de verwoesting van synagogen, huizen en winkels in het hele land en de arrestatie en overbrenging van ongeveer
30.000 joodse mannen naar concentratiekampen, schoten de emigratiecij-fers tegen de jaarwisseling 1938/39 nog één keer omhoog. Het zou voor velen de laatste kans zijn om uit Duitsland weg te komen...
Over de jaren 1933 tot 1937 bestaat er een statistiek die uitgaat van in totaal 140.000 joods-Duitse emigranten in een tijdsbestek van vijf jaar. Volgens deze bron trok de grootste groep van 42.000 mensen naar Palestina.
25.000 joden keerden uit Duitsland terug naar hun land van herkomst in Oost- dan wel Zuidoost Europa. De Verenigde Staten, Midden- en Zuid-