propageerde, had de strijd tegen het politieke antisemitisme in zijn vaandel geschreven en zette zich bovendien in voor gelijke rechten voor joden en hun integratie op alle gebieden.
Nog nationalistischer betoonde zich de na de Eerste Wereldoorlog gevormde ‘Rijksbond van joodse frontsoldaten’, die dreef op het patriottisme van zijn paramilitaire eenheden en putte uit de gemeenschappelijke oorlogservaring een sterk saamhorigheidsgevoel. Het ledental lag in de buurt van de 40.000.
Iets minder dan twintig procent van alle joden in Duitsland was aan het begin van de twintigste eeuw uit Oost-Europa het land binnengekomen, op de vlucht voor pogroms. Deze ‘oostjoden’ die op grond van hun tradities in taal, cultuur en religie een uitgesproken besef van anders-zijn bewaarden, werden door hun Duitse geloofsgenoten regelmatig met een zeker dédain bejegend. Onder deze oostjoden die al eens huis en haard waren kwijtgeraakt, vond het zionisme zijn trouwste aanhangers. Zij zagen de toekomst van het joodse volk in Palestina, terwijl de meeste Duitse joden deze opvatting met scepsis bekeken. De zionistische vereniging voor Duitsland telde rond de 10.000 leden.
Voor de Rijksdagverkiezingen van 1930 hadden de grote joodse verenigingen een gezamenlijk verkiezingscomité gevormd. Ongeveer vijfenzestig procent van de joodse kiesgerechtigden stemde op de links-liberale Deutsche Demokratische Partei, terwijl dertig procent zijn stem gaf aan de twee linkse partijen, de sociaaldemocraten en de communisten. Twee jaar later was de Demokratische Partei bijna al haar kiezers kwijt en ging ongeveer tweederde van alle joodse stemmen naar de Sozialdemokratische Partei. Om voor de hand liggende redenen waren er nauwelijks joden die op conservatieve partijen stemden, omdat deze al voor de opkomst van het natio-naalsocialisme antisemitisch getint waren. Zodoende toonden de Duitse joden zich, in verkiezingstermen gesproken, ook als sociologische groep uitgesproken homogeen: ze waren misschien wel de enige etnische groepering in Duitsland die eensgezind en onvoorwaardelijk de republiek van Weimar tegen haar bitterste vijanden verdedigde.
En ze wisten dat ze de dreigementen van de nationaalsocialisten serieus moesten nemen. Al in maart 1933 werden in Dachau bij München en Oranienburg bij Berlijn de eerste Duitse concentratiekampen gebouwd. Op 1 april volgde er een landelijk georganiseerde boycot van alle ‘niet arische’ winkels, dokterspraktijken en advocatenkantoren. Door de afkondiging