confectionair. Ik leerde veel van de vertegenwoordigers, waarmee ik ’s middags ging eten bij Kempinski in de Leipziger Strasse. Zij gaven me aan waarop ik moest letten bij de productie en verkoop.
Dat verhoogde mijn aanzien bij Fritz Kempe, die mij regelmatig tweemaal per jaar vergezelde naar Parijs. Hij was op me gesteld en noemde me zelfs bij mijn voornaam. Het gebeurde een keer, dat we een kamer moesten delen. Fritz Kempe snurkte verschrikkelijk, ik kon niet slapen. De volgende morgen, toen ik volledig afgemat met hem aan het ontbijt zat, zei hij tegen me: “Herbert, je hebt zo liggen snurken, dat ik absoluut niet kon slapen.”
Om over de scheiding van Erna heen te komen, troostte ik mezelf. Ik hield van vrouwen en viel bij hen in de smaak. Mannequins, getrouwde en ongetrouwde vrouwen met echtelijke en buitenechtelijke kinderen. In die jaren was er grote keuze. Liefdesleven a la carte!
Mijn vriendenkring, waartoe Werner Kadisch bleef behoren, werd in 1929 uitgebreid met een collega, Heinz Mottek. Wij reisden in de herfst toevallig met dezelfde trein naar Parijs. Heinz had een vaste relatie met Vera Halpe-rien, zijn vriendin van dansles. Ze beschouwden zichzelf als verloofd, iets wat soms tot kleine complicaties leidde als wij als vrienden onder elkaar uitgingen.
Mijn zus kreeg dat jaar, 1929, ook weer een nieuwe vriend, Dr. Joachim. Hij was jurist bij de Vereniging Schwarz-Rot-Gold, het zg. ‘Reichsbanner’, die na de Eerste Wereldoorlog door de socialisten werd opgericht.
En ik kwam dat jaar opnieuw in contact met Clarissa. Ze kwam naar Berlijn om haar moeder en zus op te zoeken. Ik nodigde haar uit bij ons thuis. Mijn ouders waren heel enthousiast over haar. Ze had veel te vertellen en ze kleedde zich nog altijd elegant.
Terwijl in de daaropvolgende jaren het politieke klimaat verslechterde en zes miljoen mensen hun werk kwijtraakten, zat ik vast in het zadel bij Cohen & Kempe. Niet alleen Fritz Kempe stelde vertrouwen in mij. Ook met mijn collega’s kon ik het goed vinden.
In 1932 bereikte mij een verdrietig bericht. Mijn beschermengel Brod-mann stierf geheel onverwacht aan een blindedarmontsteking. Hij was net getrouwd en had mij op zijn bruiloft gevraagd. Zonder hem zou mijn leven minder fortuinlijk zijn verlopen.
Toen kwam de beruchte 30ste januari 1933. Het Duitse volk - totaal verblind - hielp Adolf Hitler aan de macht.
Fritz Kempe wilde niet afwachten om te ervaren tot welke misdaden de