Maar ook zij is mij niet vergeten
Dat weet ik heel beslist
Ze is terug en heeft me opgebeld
Wat heb ik haar gemist
Zo heb ik hoogst persoonlijk vastgesteld
”We hebben elkaar terug gezien!”, dat klinkt alsof het swingt Dat heeft geen woorden nodig om ‘t mooi te maken Dat weerzien juicht dat weerzien zingt Dat weerzien schreeuw ik van de daken
In juli schokte ons het bericht over de aanslag op Walther Rathenau. Ik was ’s middags op weg naar de zaak, toen op straat extra edities werden uitgevent met het bericht van de moord. Als minister van Buitenlandse Zaken had hij met de Sovjet Unie het Verdrag van Rapallo tot stand weten te brengen, waardoor de betrekkingen tussen de beide staten genormaliseerd waren. Nationaalconservatieve en nationalistische kringen was het een doorn in het oog, dat Duitsland met het bolsjewistische Rusland tot een vergelijk was gekomen. En er was nog een reden, waarom Rathenau door de rechtsextremisten gehaat werd: Hij was jood.
De aanslag bracht bij veel joden die ik sprak gevoelens van angst en schrik teweeg.
Op een avond vertelde Clarissa me een nieuwtje: “In mijn pension woont een jonge Egyptische arts. Hij komt uit Alexandrië en heet Ahmed El-Bably. Hij heeft me ten huwelijk gevraagd.”
Ik nam dit voor kennisgeving aan, maar geloofde niet, dat het serieus was. Met mijn 21 jaar stond ik aan het begin van mijn carrière. Ik zag mezelf niet in staat om bij Clarissa verwachtingen te wekken.
We spraken af op 24 augustus met het doel om mijn verjaardag met dans en muziek in te luiden. Mijn ouders vonden het zelfs goed dat ik Clarissa thuis zou uitnodigen, zodat zij mijn grote liefde zouden kunnen leren kennen.
Op de ochtend van 24 augustus ontving ik een brief van Clarissa. Ze nam voor de tweede keer afscheid van mij. Ze had het huwelijksaanzoek van Dr. Ahmed El-Bably aangenomen.