Nog eenmaal jongensjaren die je weer ziet Mooie herinneringen zullen het zijn Door mijn gemoed trekt een eerste liefdeslied Vervuld van geluk en ook van hartepijn
Die keer dat ik haar voor de eerste maal zag In ’t godshuis waar ze naar toe was gekomen Die haalde mij uit de wereld van alledag En voerde naar ’n land vol heerlijke dromen
Als ik probeer te luist’ren hoe het toen was Dan is’t alsof ik jouw voetstappen hoorde Dat ik ook verliefdheid in jouw ogen las Maar mijn gevoelens niet durfde verwoorden
Een gunstig lot heeft ons toch samen gebracht We werden vrienden, voelden ons geborgen We maakten veel plezier tot diep in de nacht Zoals dat hoort bij een jeugd zonder zorgen
Maar die vreugde duurde veel te kort Ze moest vertrekken naar een ver vreemd land Hoe moeilijk dan zo een afscheid wordt Verdrietig gaven we elkaar een hand
Sinds die meer dan heerlijke lentedagen Gingen nu al zes jaren traag voorbij Haar beeld is helder zonder te vervagen Daarom is zij nog elke dag dicht bij mij
Wat heeft het leven haar gebracht Waren ‘t alleen maar positieve zaken Heeft ze ook wel eens aan mij gedacht Bijna konden we geen contact meer maken