was samen voor f. 4.80. Eén pond suiker kost nu f. 70,- en één pond zout f. 12.50. De nieuwsberichten zijn ook niet bepaald denderend. Wanneer het goed gaat dan is daar altijd weer een domper. De tegenstand in Holland moet zeer groot wezen. Duitse en Hollandse ss vechten daar tegen de Canadezen. Als het zo doorgaat, dan kon onze bevrijding wel weer eens te lang uitgesteld worden. Dan gaan we hier allemaal dood van de honger. Ons broodrantsoen is verlaagd van 800 gram op 600 gram, dat is al weer een begin. Schepen van het Rode Kruis zullen zeer moeilijk binnen kunnen komen, aangezien men in het oosten vecht. De toestand in het algemeen laat zich niet prettig aanzien en wij maken ons hier al weer zorgen, gesteld dat het niet zo ver komt, wat dan. Razzia’s op jonge mannen en fietsen; ze moeten zelf de fietsen naar het Koloniaal Instituut brengen. Dit is ons Koloniale museum dat door de Groen in beslag is genomen. Wanneer ze daar aankomen krijgen ze een spade en moeten ze spitten. Er wordt een ring rond Amsterdam gelegd en zo komt Amsterdam dus in staat van verdediging. Op het Museumplein wordt al even hard aan de verdediging gewerkt. Op het oude ijsclub terrein is men in alle haast begonnen nog meer bunkers te bouwen en prikkeldraadversperringen aan te brengen. In Muiden zijn 35 000 manschappen aangekomen, dus Holland zal door de Duitsers zwaar verdedigd worden en wat meer zegt, en dat is wel het ergste, zwaar beschadigd worden. Men is begonnen nog te halen wat men halen kan. Zinklegeringen enz. overal ligt beslag op. Zo gaan we dus de eerst komende dagen en weken tegemoet.
We zijn vandaag ook weer op stap geweest, naar Oma Leidsegracht, Dagblad de Telegraaf en Kokkie ging even naar Jetty. Greet en ik zijn doorgelopen en op de Leidsestraat haalde Kokkie ons in en had een flink pak onder haar arm. Ze liep te lachen en Greet en ik lachten ook. Toen zei ze, raad eens wat het is? Het pakje was een beetje vettig en Greet raadde vis. Visje zei ik ook verheugd. Ja, zei Kokkie ruik maar eens. Toen mocht ik ruiken. Er zat een halve gestoomde snoekbaars in, alleen schrikbarend duur. Die halve snoekbaars kostte f. 36,-, maar Kokkie had iets extra’s verdiend en trakteerde. Thuis gekomen kregen we ieder twee sneetjes witbrood, het laatste met heerlijke vis. Het was net paling. Toen zijn we voor het eten gaan zorgen en om kwart voor vier zaten we aan tafel. De vis had Kokkie nog even in de olie over gebakken. We hebben gesmuld, ik kon mijn eten niet op. Toen zijn we weer op stap gegaan, naar garage Kist, waar Kokkie en Greet altijd hun auto hadden. Eerst kwamen we Herman Nieland tegen en Kokkie ging met hem mee om sigarettenvloeitjes. Ik mocht van Greet op de Willemsparkweg stap, stap doen en dat vind ik zo heerlijk. Toen kwam Kokkie en we zijn gauw doorgegaan. Toen weer naar huis, daar kreeg ik mijn hapje en toen vlug naar bed. Ik sliep meteen als een roos. ’s Middags doe ik nooit meer wat in mijn bedje, maar ‘s nachts ben ik nog niet droog en als Kokkie me dan ’s morgens uit mijn bedje
298