eens duur. Ik kreeg een grote aardbei van Cor en toen was het mis. Ik moest “beitjes” hebben en begon te huilen. Toen kreeg ik geen beitjes. De aardbeien moesten zorgvuldig worden opgeborgen, want als je een landwacht tegen komt, ben je ze kwijt. Dus onder op de wagen en daar overheen de tas. We hebben toen heerlijk beitjes gegeten.
Von Rundstedt, de Duitse opperbevelhebber in het Westen, heeft of ontslag genomen of gekregen. In ieder geval schrijft men dat hij ziek is en dus weg moest. Men zegt dat de Ortskommandant hier doodgeschoten is. De Russen rukken op naar Wilna en zijn niet te stuiten. In Italië is weinig tegenstand. In Normandië is men bezig een nieuw offensief voor te bereiden. De haven van Cherbourg is men aan het herstellen.
8 juli 1944 zaterdag
Vanmorgen zijn we even naar de Ceintuurbaan geweest. We hebben paling gehaald, er was geen fruit. Vanmiddag hebben we even geslapen. Greet en Cor ook, maar ik schrok plotseling wakker. Toen heeft Greet me mee naar bed genomen. Ik bleef maar jengelen. Ik heb trouwens last van galbultjes en heb er twee opengekrabd. Nu loop ik met twee pleisters, misschien ben ik daar wel wat vervelend van. In ieder geval was mijn eetlust niet groot en Cor heeft me om zeven uur in bed gebracht.
Dr. Goebbels schrijft dat de Duitsers er alles op moeten zetten om deze oorlog te winnen. Het gaat er nu om, om het al of niet zijn van Duitsland. Alle reserves moeten ingezet worden. De Russen zitten in de voorstad van Wilna. Montgomery, de generaal van de Engelsen is een offensief bij Caen begonnen. Von Kluge is nu opperbevelhebber in plaats van Von Rundstedt. In Italië weinig tegenstand. Berlijn is vannacht gebombardeerd, net als de omtrek van Wenen.
9 juli 1944 zondag
Het was akelig weer vandaag, regen en wind. Eerst hebben we nog even de deur los gehad, maar al heel vlug hebben we die weer gesloten. Ik ben vandaag weer van mijn stokje gevallen, ik kon weer niet uit mijn snik komen. Morgen komt de dokter bij mij. Ik wilde rijden met het wagentje. Greet zette mij in het wagentje, maar ging niet met me naar buiten. Daarover maakte ik mij zo driftig, dat ik weer niet uit mijn huilen kon komen. Daarbij kwam ook nog dat ik niet goed was. Ik heb een vreselijke neusverkoudheid. Mijn neusje loopt de hele dag en mijn oogjes staan zo waterig. Ik ben al tweemaal in bed geweest en heb ook helemaal geen eetlust. Toen Greet met mijn bordje kwam zei ik neen, nee en dan wijs ik met mijn handje dat het wel weg kan. Ik hoest ook met mijn handje voor mijn mond, niemand heeft me dat geleerd, maar ik schijn een aangeboren gevoel voor