misdaden op cynische wijze op de Polen, met opmerkingen over de minderwaardigheid van dit volk.
ONTHOUDING VAN LOON.
In de eerste maanden van hun oponthoud in Posen kregen de Joodse arbeiders loon. Er werd hun 30 pf. per uur gerekend, voor eten en bewoning werd hun maandelijks 45 RM. afgetrokken, voor de rest van hun geld mochten ze in de cantine van het kamp distributievrije artikelen kopen, of hun geld naar Litzmannstadt zenden. De zieken, die niet in staat waren te werken, kwamen op die manier in een schuld te staan, die de doorslag gaf bij de indeling in de z.g. ,,Rück-transporte”. Na enige tijd werd echter het betalen van loon gestaakt.
DAGINDELING.Om half vijf was het opstaan, Dan volgde bed opmaken, in de winter in het donker, omdat er geen electrisch licht was. Wassen op de plaats aan de pomp, of in de weinige waskannen, waarbij men om de twee maanden één stuk surro-gaatzeep kreeg. Om vijf uur opstellen voor koffie, half zes appèl op de plaats met tellen, kwart voor zes naar het werk onder bewaking. Men moest een uur lopen, om 7 uur begon het werk tot 12 uur. Omstreeks deze tijd werd de van het kamp afgehaalde soep, die meestal koud aankwam, uitgereikt; 20 minuten middagpauze, natuurlijk zonder de mogelijkheid een vertrek op te zoeken, ook niet in de winter of bij slecht weer. Om vijf uur einde, terug naar huis en avondappèl met nog eens telling. Daarop aansluitend volgde het opstellen voor de avondsoep, het brood en de eventuele extra gaven, wat vaak tot laat in de avond duurde. In vele kampen was er 's nachts nog een z.g. appèl om de orde te herstellen. Dit was een bijzondere specialiteit van den kampcommandant van fort Radziwill, die als hij tegen één uur 's nachts dronken thuis kwam, de slaapzalen controleerde, waarbij de meisjes bij zijn binnenkomen de ,,Hab-Acht”-houding moesten innemen. Bij de geringste fout moesten de meisjes vaak onvoldoende gekleed, allen ’s nachts een uur lang op de plaats staan.
88