een in het oorspronkelijke kamp terug. Daarom verzetten de zieken zich er tegen hun kamp te verlaten, en gaven er de voorkeur aan, in de hun vertrouwde omgeving te sterven.
Daar er geen tandheelkundige instelling was in de kampen, bleef niets anders over dan de aangestoken tanden te trekken. Omdat de tanden tengevolge van gebrek aan kalk door de voeding, snel aangestoken werden, gebeurde het, dat hele jonge meisjes reeds grote gaten in hun gebit hadden. Het gebeurde dikwijls, dat zwangere vrouwen uit het ghetto Litz-mannstadt (Lodz) naar ons toekwamen. Als hun toestand ontdekt werd, werden ze direct bij de z.g. „Rücktransporte” ingedeeld. Een van deze meisjes, 17 jaar oud, was zwanger, verborg het echter uit schaamte en angst voor straf. Ondanks haar moeilijkheden werkte ze ijverig met de anderen, terwijl ingewijde vriendinnen op voorbeeldige wijze voor haar zorgden. Ze gaven haar nog van hun kleine rantsoenen, probeerden haar het werk in ieder opzicht te verlichten en verborgen haar aan de blikken der Duitsers. Ik bewonderde deze houding van deze volkomen slaafs geworden schepsels ten zeerste en probeerde de a.s. moeder bij iedere gelegenheid te verontschuldigen. Tenslotte moest ik haar geheel vrij stellen van werk en moest volgens het bevel (ik stond daarvoor in met mijn leven) de zwangerschap aan de Gestapo melden, waarop deze onmiddellijk transportegen bevolen zou hebben. Maar voor de melding gemaakt werd, kwam er een vervroegde geboorte; de vrucht stierf na tien dagen. Het gelukte mij de Gestapo het geval te verklaren als de geboorte van een dood kind en daardoor werd het meisje voor transport gespaard.
Dagelijks moest de stand van zaken in het ziekenhuis aan de Gestapo gemeld worden, terwijl een diagnose „hongeroedeem, zwakte” niet geoorloofd was; ze gold als „Greucl-marchen”. In het begin werd ik, ten gevolge van mijn onbekendheid met deze voorschriften, eenmaal gestraft met drie dagen arrest, omdat in een melding het woord „hongeroedeem” voorkwam.
De ziekenstand mocht niet hoger zijn dan 5 %, een percentage, dat veel te klein was, als men de wanhopige toestand van de meisjes in ogenschouw nam. De kampartsen, die het voorgeschreven procent overtraden, golden als „saboteurs” en werden naar het Oosten gedeporteerd.
Om de drie vrouwenkampen, die ver uit elkaar lagen,
84