Vlak in de buurt van het Joodse kamp bevonden zich ook krijgsgevangenkampen. Het gebeurde soms, dat Engelse gevangenen de Joodse meisjes op straat tegenkwamen, of in de buurt van de kampen kwamen. Met de grootste voorzichtigheid en handigheid gelukte het hun de Joodse meisjes de zo heftig begeerde cigaretten, chocolade en kleine briefjes te overhandigen, waarop bijv. stond: „aan onze lotgenoten.”
GEZONDHEIDSTOESTAND.
Ik werd er door den gouwarts reeds op voorbereid, dat de gezondheidstoestand in dit kamp veel slechter was dan in fort Radziwill. Hoewel ik reeds op alles voorbe eid was, overtrof toch de algehele indruk mijn ergste verwachtingen. De meisjes, allemaal kaalgeschoren, waren in een ellendige toestand, vermagerd tot een skelet, bleek, meer dan de helft had gezwollen voeten en etterende infecties. Ze hadden bijna allemaal tuberculose, enteritis was zeer verspreid en in de eerste plaats was er hongeroedeem, dat reeds bij hele jonge meisjes, die nauwelijks uit de kluiten gegroeid waren, optrad. Deze vermagerde lichamen waren vatbaar voor iedere infectie, uit het kleinste wondje, dat ze bij het werk aan handen of voeten opliepen, groeide een zware verettering. Dus vormde de kleine chirurgie de hoofdzaak van mijn medische werkzaamheid. Grotere operaties konden bij gebrek aan assistentie en hulpmiddelen niet uitgevoerd worden. Dus moest ik werkeloos toezien, hoe een jong mens dood ging aan blindedarmontsteking, omdat ik geen patiënten mocht laten overbrengen naar het ziekenhuis.
Een van de kampen was weliswaar als z.g. ziekenhuis ingericht, en gaf onderdak aan zieken uit alle kampen, maar onderscheidde zich in niets van deze, wat verzorging, bewaking en behuizing betrof. Operaties konden ook hier niet geschieden door gebrek aan instrumenten, verdovingsmiddelen en sterili-satiemogelijkhcden. De aanvankelijk gedane pogingen, operaties te doen, terwijl niets steriel gemaakt werd, zijn alle jammerlijk mislukt. De assistentie van de paar kampdokters onder elkaar werd zo bemoeilijkt, dat ze practisch niet door te voeren was. Het waren allen ten dode opgeschreven zieken, die in het z.g. hospitaal kwamen, en slechts zelden keerde er
83