lysollucht opgevallen, die nog sterker werd, toen ik op de binnenplaats kwam, die leidde naar de eigenlijke woningen.
De vertrekken van het Fort, dat in een cirkel gebouwd was, waren slechts weinig door de getraliede ramen verlicht. De zalen waren volgcpropt met bedstellen van drie étages, die voor stoelen, tafels en kasten geen ruimte overlieten. Ieder meisje had slechts een dunne stroomatras en twee lichte katoenen dekens, eigen beddegoed hadden slechts enkelen. Om zich een beetje te kunnen warmen, kropen altijd 2 meisjes onder 4 dekens. Dit verklaart de ongelooflijke uitbreiding van schurft en andere ziekten.
De vlektyphuspatiënten waren in een apart vertrek ondergebracht, dat nog donkerder was en van de rest geïsoleerd. Er bestond geen mogelijkheid, de zwaar zieken, die zeer hoge koorts hadden, ook slechts een minimum gemak te geven. Ze lagen precies zo op strozakken, zonder lakens of slopen, als alle anderen. Om hun behoeften te doen, moesten ze over de hof gaan en een aparte retirade gebruiken.
De weinige reconvalescenten genazen bij de gebrekkige kost zeer langzaam en waren niet in staat weer te werken. Deze werden bij de z.g. transporten, die teruggingen, ingedeeld, waarop ik later nog terugkom.
Bij de groepsgewijze onderzoekingen ontdekte ik bij 80 % der meisjes een zich uitgebreid hebbende, onbehandelde schurft. Bij deze onderzoekingen van de naakte meisjes wilde absoluut de ..Lagerführer”, Herr Wappner, aanwezig zijn, wat ik echter energiek verbood. Niet alle meisjes verschenen, en als ik de in gebreke blijvenden liet halen, ontdekte ik bij enigen van hen plaatsen, die met bloed doorlopen waren, zowel op de rug, het zitvlak, de bovendijen, als op de borsten, die blijkbaar van stokslagen afkomstig waren. Zij durfden niet bij het onderzoek te verschijnen, daar ze dachten dat de kampcommandant er bij zou zijn. Maar ook mij wilden ze in het begin geen opheldering geven over de herkomst van de striemen en wonden. Tenslotte vernam ik van andere meisjes, dat de kampcommandant de meisjes in de torenkamer, die boven alle andere vertrekken gelegen was, mishandelde. De redenen daarvoor waren kleine vergrijpen, zoals brieven smokkelen, klachten door voor-arbeiders over z.g. luiheid, enz. Het was den ,,Herr Lagerkommandant” een genot.
79