medische verzorging gebleven, en hijzelf had ze slechts om de paar weken een bezoek kunnen brengen. De mannenkampen hadden reeds gedeeltelijk enige artsen toegewezen gekregen. In de eerste plaats moest ik me naar het kamp „fort RadziwiH" begeven, dat op het ogenblik door de vele gevallen van vlektyphus in quarantaine was. Doch later moest ik de beide andere kampen ook overnemen, die door de enorme toeneming van tuberculose dringend medische hulp nodig hadden. Hij verzekerde mij, dat ik zowel op dc ondersteuning van hem als van de Duitse bezetters kon rekenen, omdat het van belang was, dat de besmetting niet overging op de Duitse bevolking.
Vanaf de eindhalte van de tram zag ik een middeleeuwse vesting aan de oever van de Warthe, die door een diepe vestinggracht omgeven was. Achter de hoge muur van prikkeldraad, die het gebouw tamelijk eng omsloot, zag ik vrouwen van elke ouderdom op de aarde hurken, die niet slechts, zoals de Duitse Joden, een ster op de linkerzijde van de borst droegen, maar ook een tweede op de rechter schouder genaaid hadden. Toen ze mij opmerkten, sprongen ze allen op, om de verwachte arts verheugd te begroeten.
Over de ophaalbrug kwam ik in het Lager en werd direct door de bewakers voor den kampcommandant gebracht. Dit was een Volksduitser, die Wappner heette, hoewel hij tot voor kort nog Wapniezky was, toen hij in het Poolse leger diende. Hij was een grote, krachtige man van ongeveer achter in de dertig, buitengewoon brutaal van uiterlijk, een indruk, waarin ik mij niet vergiste, zoals ik later zou kunnen vaststeken. Hij wilde zich bij dc Duitsers bemind maken en was een gewetenloze uitbuiter en sadist.
In het kamp waren 350 vrouwen van 12 tot 60 jaar ondergebracht, die pas 4 weken geleden in de kleine steden en dorpen van West-Polen als vrijwillige arbeidsters weggerukt waren uit hun familie. Hun familie had men naar een ander Lager gesleept. Zelden waren verschillende leden van een familie samengebleven. Het gebeurde, dat echtparen in Posen waren, en toch in verschillende kampen waren, en het gold als een bijzondere gunst, als ze zich om de paar maanden aan het prikkeldraad een paar minuten met elkaar mochten onderhouden.
Reeds bij het betreden van het kamp was mij een sterke
78