tekenden, dat men bezig was de lijken van hen, die ons het liefste waren, te verbranden.
Dat was het begin en dat was het ergste. Deze eerste aanval op mensen, die nog op een min of meer normale samenleving waren ingesteld, was bijna niet te dragen. Later werden alle sensaties verdoft in een voortdurende geestelijke afstomping en verdroegen we alles. Veel ontging zelfs onze aandacht.
Het leven was als in alle andere kampen, zwaar, hard, meedogenloos werk. In de winter stierven honderden aan bevroren voeten, handen en oren en de gevolgen daarvan. In de zomer aan zonnebrand, die ondragelijke blaren veroorzaakte, welke steeds, bij ieders gebrek aan weerstand en gebrek aan vitaminen, in de afschuwelijkste, vaak ongeneeslijke wonden overgingen. Hoe langer het kamp bestond, des te beter de medische verzorging. De door de transporten meegebrachte medicijnen werden inderdaad later voor de patiënten gebruikt.
In Februari 1944 was er voor geen wondje zalf te krijgen, in Augustus 1944 werd ik van geelzucht genezen door middel van insuline-injecties, die in heel Europa niet te vinden waren.
Echte mishandeling kwam in het vrouwenkamp weinig voor. Er werd veel en hard geslagen, maar dat rekenden we niet onder mishandeling. De mannelijke SS vergreep zich nooit aan de vrouwelijke gevangenen, zeker niet aan de Joodse. Zowel zij, als de ..Aufseherinnen”, kwamen meestal uit zeer eenvoudige kringen en al hun maatschappelijke minderwaardigheidsgevoelens werden omgezet in dit besef, dat zij eindelijk de macht hadden, zich ten aanzien van mensenmassa’s te kunnen laten gelden.
Het voedsel was naar gelang de omstandigheden. De soep was vaak oneetbaar door de slechte bereiding, maar de ingrediënten waren altijd goed (de laatste vijf maanden was er echter niets meer). Wat de porties betrof — evenals met kleding en andere behoeften, was de protectie- en relatiewerking in Auschwitz van zo groot belang, dat de ene kon liggen te sterven van honger en kou, terwijl naast haar een ander, goed gekleed en goed gevoed, leefde. Deze laatsten waren meestal Polen en Tsjechen, die in het kamp de meeste zeggenschap hadden. De West-Europeanen waren er altijd verreweg het beroerdst aan toe. Over de gaskamers behoef ik niet uit te weiden. De grote massa, die vergast is bij aankomst, heeft
129