om zo’n naicviteit en stappen uit. Er is geen perron, slechts een spoorbaan, de berm en dan een niet onderhouden, verharde weg.
„Bagage liggen laten, wordt nagezonden!” Wij glimlachen weer. We weten al, dat het alles verloren is. Toch stoppen we nog vlug wat in onze zakken. Je kunt niet weten, misschien fouilleren ze niet!
Het is een wirwar van mensen. Hier en daar SS en overal gevangenen in de beruchte kampstrecppakjes. De SS gedraagt zich vrij behoorlijk, de gevangenen spreken niet tegen de nieuw-aangekomenen, behalve af en toe fluisterend tegen een zieke: „Kunt U lopen? Ja? Hoe oud bent U? Zegt U, dat U 35 bent, en doorlopen: niet zeggen, dat U ziek bent.” De zieke verweert zich: „Ja, maar er zijn toch auto’s voor de Zieken. Dan behoef ik tenminste dat stuk niet te lopen.” Het streepjespak — de afgestompte gezichten laten geen indruk achter — fluistert: „In Godsnaam, wees verstandig. Doe, wat ik zeg! Meer kan ik U niet vertellen.”
De zieke hoort alleen de dringende wanhoop in de stem en bedenkt zich niet langer. Hij loopt. Dat is zijn redding. Zo ging het, toen wij aankwamen, zo ging het jaren tevoren en ook nog een jaar daarna.
Onmiddellijk splitsing van mannen en vrouwen, een vluchtig keurende blik van SS, waaronder later doktoren bleken te zijn, en dan werden de vrouwen (waarvan ik, omdat ik in het vrouwenkamp was, alleen vertellen kan) al of niet naar de wachtende „camions” (de vrachtauto’s) gedirigeerd. „Es ist mehr als eine halbe Stunde zu Fuss. Gehen Sie lieber ins Auto.” Maar al te graag liet men zich raden. Die Duitsers waren nog zo kwaad niet! Een halve dag later wisten wij, dat de „camions” een snelle, onherroepelijke dood betekenden. Die reden n.1. de grote weg af, tussen de kampen door, regelrecht naar een van de vier crematoria, waarin gaskamers waren ondergebracht.
Zo was deze eerste scheiding de eerste „selectie”, het meest gevreesde wapen, dat door de Duitsers in Auschwitz werd gehanteerd.
Ons transport — het was het beruchte ziekentransport uit Westerbork, waarbij veel roodvonk en diphteriegcvallen meegingen — werd volgens de gewone regels verdeeld: ongeveer 110 k 120 mannen en ongeveer 75 vrouwen werden bestemd
126