Een tocht op den Wolga. — ——♦ -
MOEDERTJE Wolga! De Russen spreken van Moedertje Wolga. Slaat men er de officieele grammaire op na, dan vindt men dat alle namen van rivieren vrouwelijk zijn, behalve de Rijn, de Donau, de Wolga. De Russen storen zich niet aan onze grammaire, en wanneer zij hun geweldige rivier met Moedertje aanspreken, leggen zij daarmee getuigenis af van de groote teederheid, die zij haar toedragen. De Rus zegt gauw Moedertje, evenzeer als hij gauw Vadertje zegt, en wanneer hij derhalve den Wolga, den mächtigsten stroom van heel Europa, uit gewoonte liefkoozend benaamt, moet deze in zijn leven wel een heel bijzondere plaats innemen.
Dat doet hij dan ook. Een criticus van het bolsjewisme heeft eens gezegd, dat er buiten en behalve het bolsjewisme, ook nog Rusland zelf was. Wanneer men in Moskou ronddwaalt op zoek naar symptomen, waaruit de werking van het bolsjewistisch stelsel valt af te leiden, zou men allicht kunnen vergeten, dat er buiten het bolsjewisme inderdaad ook nog zoo iets als een Rusland bestaat, dat aan de bolsjewistische theorie ontsnapt. Wie zich daarvan wenscht te overtuigen, hij zoeke den Wolga op en vare dien met een der vele mooie rivierbooten af.
Men merkt het, zoodra men van Moskou komend te Nizjni-Nowgorod, de beroemde Russische handelsstad, die aan de samenvloeiing ligt van Oka en Wolga, het station verlaat. Vlak voor u de ook al zeer breede Oka en in de verte, met een reusachtige voetbrug, die de op beide oevers van de Oka gelegen gedeelten van Nizjni-Nowgorod met elkaar verbindt en het panorama even breekt, de geweldige Wolga. De indruk, dien wij aan dit panorama hebben behouden, is van een zich in de eindeloosheid verliezende, ontzagwekkende weidschheid. Men voelt het bij intuïtie terstond: deze weidschheid is niet een belangwekkend plaatselijk verschijnsel, door een buitenissige gril der natuur veroorzaakt, doch de onverhoeds-verrassende karakteristiek van het land. Men weet dat Rusland een ontzaglijk land is, dat zijn ruimte en afstanden onmetelijk zijn, — doch niet voor en aleer men, volkomen onvoorbereid en plotseling, als viel op éénmaal een reusachtig gordijn, vóór de machtige samenvloeiing van Oka en Wolga staat, beseft men het ook. Een Oka, een Wolga, in hun schier gigantische breedte van oever tot oever al reeds niet zoo ver van den bovenloop, maken de onmetelijkheid van het land zelf tastbaar.
* *
*
Een tocht op den Wolga zelf is een openbaring, een wonder. Als een dikke en lange zwarte kronkel staat hij aangegeven op de aardrijkskunde-kaarten, en als een oneindige en steeds maar breeder en mächtiger wordende waterader wringt hij zich in duizend bochten door Rusland van ver in het Noord-westen tot in het uiterst Zuid-oosten, waar hij zich uitstort in de Kaspische Zee. Wie den Wolga van een behoorlijk bevaarbaar punt in het Noorden wil afvaren tot Astrakan, kan, dus mét den stroom mede, op een redelijk snelvarende boot, op een dag of tien rekenen. Wij hebben het middenstuk bevaren, van Nizjni tot Saratof, hetgeen drie dagen in beslag neemt, rijkelijk lang om voor altijd een sterken
109