HET AANGEZICHT VAN MOSKOU.
karakter der stad duidelijk naar voren. De Rus noemt Moskou: de wit-ommuurde stad. Daarin liggen beeld en sfeer van zijn hoofdstad tegelijk uitgedrukt. De naam is herkomstig uit de veertiende eeuw, toen Dmitri Donskoi, na de opdringende Tartaren te hebben verslagen, de onvoldoende eikenhouten palissade deed vervangen door een witsteenen muur. Deze witte muur staat thans in het midden der stad, de z.g. k i t a i g o r o d, en is een schilderachtig stuk mooi.
In het centrum van deze stad zoekt de breede Moskwa onder ruime luchten met vaak teekenachtige wolkenpartijen zwierig haar weg; aan haar oevers staan leege, blinde paleizen met de sporen der verarming. De stad is met een weergalooze verspilling van ruimte gebouwd, die zich niet in de eerste plaats in de breedte der straten uit, doch in de weidschheid der huizen van den vroe-geren adel, in het bijzonder der ossobnjaki, de eigen huizen met royale erven en tuinen, waar de landedelman ’s winters met zijn stoet van personeel kwam binnenvallen. Deze ossobnjaki zijn thans veelal verwaarloosd en vervallen, doch scheppen door het karakteristieke van hun landelijken bouwstijl en de onbestemdheid hunner verweerde kleuren oude sfeer. Daar tusschendoor wringen zich nauwe, bochtige, grillige straten, die ten Noorden van de Moskwa soms moeizaam klimmen, zijn kleurige pleinen genesteld en staan door den tijd zwaar beduimelde poorten. De bestrating is keiig en onregelmatig als van een gemoedelijke provinciestad. De bevolking is oneindig gevarieerd met alle typen van het Oosten van Europa en Azië, haar kleedij is bont als een staalkaart.
Dit is het beeld van Moskou. Zijn algemeen karakter is middeleeuwsch. Het heeft het aangezicht naar het Oosten gericht. Het mystieke, het picturale, het droomerige overweegt.
* *
*
Het hierboven geschetste beeld is niet geheel juist. Niet meer geheel juist. Het is bezig een verandering, een zeer ingrijpende en zeer snelle verandering te ondergaan. Bij het zwerven door Moskou bespeurt men, dat er aan alle zijden hartstochtelijk wordt gebroken, en gebouwd. In vele hoofdstraten vindt men de dorpsche keien vervangen door glad asfalt, dat als een breede, donkere voor den grond snijdt; het opwoelen van andere straten wijst op het ernstig voornemen tot algemeene moderniseering van het stratennet.
Maar telkens ook stuit men op een modern gebouw, fabriek of huizencomplex, wat constructie en materiaalgebruik betreft volledig ontleend aan de West-Europeesche architectenschool van de meest-moderne richting: uiterst-
strenge, strakke lijnen van beton en glas, staalhard van zuiver-verstandelijke oplossing, nuchter, toonloos grauw of grijs, zonder eenige versiering, die de scherpe lijn breekt. Men gevoelt intuïtief, dat hier wat gebeurt, dat zich met haast een nieuw beeld in de figuur van Moskou aan het ontwikkelen is. Op de transen van de Verlosserskerk krijgt dit beeld klaarder omlijsting: onder de gevoelige, vroolijke kerkkoepels en tusschen de weeke, vriendelijke karakters der oude huizen breekt reeds overal, naar welke zijde men den blik ook richt, het strak-gelijnde, afgemeten, onvermurwbaar-grijsgrauw profiel der nieuwe gebouwen door. Het valt niet te miskennen: in het beeld van het oude, Oostersch-levendig Moskou is een breede bres geschoten door het kil, hooghartig Westen. Men ervaart het als een pijnlijken dissonant. De pezige, ribbige gebouwen staan daar als een opdringerige uitdaging aan een geheele wereld, vol breede rust en weldadige gemoedelijkheid, naar het schijnt niet tot verweer bij machte of geneigd.
Moskou maakt op één keer een sprong van eeuwen. Terwijl in het Westen de moderne bouwkunst zich stapsgewijze heeft ontwikkeld uit het voorhanden materiaal, elke nieuwe bouworde een lange periode van tasten en zoeken, en vaak scherpen strijd moest doormaken om tenslotte haar klaren eindvorm,
107