er kwam geen geluid. Ze bracht zijn hand naar haar mond en drukte er een kusje op. Juist toen ze de hand weer liet zakken sloeg Bram z'n ogen op. Hij keek haar ingespannen aan, alsof hij dat beeld op de duisternis veroveren moest. 'Jij?' vroeg hij verstrooid. 'Maar jij was toch...'
Het vervolg ging verloren in onverstaanbaar gemompel en zijn ogen draaiden weer weg. Selma streek over zijn haar, streelde zachtjes zijn wang en liet zich weer neer op haar stoel. Nu Bram rustig lag te slapen, zou het geen kwaad kunnen, dacht ze, als zij voor even haar zware hoofd liet rusten. Ze vouwde haar onderarmen op z'n bed, liet haar hoofd neer en sloot haar ogen. Ze dacht aan Bonny, ze had haar nog niet gebeld. Die wist nog helemaal van niets. Jona ook niet, maar zowel haar vriendin als haar broer, ze waren voor haar gevoel mijlen verwijderd van de loodgrijze wereld waarin zij zich bevond. Langzaam voelde ze zich indommelen. Hoewel ze nog dacht dat ze niet in slaap mocht vallen, was ze het volgende moment al vertrokken en droomde ze dat ze beneden in de ziekenhuishal stond. Als enige in haar gewone kleren, de rest van de wereld had zich vermomd. Overal om haar heen zag ze reizigers in pyjama die tussen vazen met bloemen en boeketten met linten afscheid van elkaar stonden te nemen. Sommigen omhelsden elkaar, anderen stonden met koffers en reistassen in de hand naar elkaar te wuiven. Stilletjes ging ze langs de kant op een stoel zitten en keek om zich heen waar Bram bleef. Op dat ogenblik schoven de brede schuifdeuren van de hoofdingang open en in de deuropening verscheen een in het wit geklede man met bebloede operatieslof-fen. Alle wachtenden gingen verdacht haar kant op
180