Selma schudde haar hoofd. 'Ik kan toch niet slapen.'
'Wilt u onderhand dan niet iets drinken of eten? Beneden, in het restaurant hebben ze anders de heerlijkste dingen.'
Selma keek even naar Bram, hij lag rustig en leek weer diep in slaap. 'Een kopje thee, misschien?' Ze keek de lachende verpleegster onzeker aan. 'Ga gerust, hoor, en neem uw tijd,' zei die. 'Wij houden uw zoon voor u nauwlettend in de gaten.'
Hooguit een halfuurtje was ze weggeweest. Zachtjes, zo onhoorbaar mogelijk, liep Selma weer op Brams bed af en zag dat hij nog precies zo lag te slapen als toen ze daarnet was weggegaan. Zijn borst met de elektroden ging nog even rustig en regelmatig op en neer en op de monitor kropen de groene rupsjes tot haar geruststelling onafgebroken van links naar rechts over het scherm. Zonder haar blik van hem af te wenden schoof ze weer op de stoel naast hem. Ze bestudeerde zijn gezicht dat er getekend en in z'n slaap zo vermoeid uitzag. Hij leek ook zoveel ouder ineens. Ze pakte zijn slappe hand vast maar voelde zich toch niet met hem.Waar was hij? Waarheen dreven zijn herinneringen, verlangens en zorgen, vroeg ze zich af. Werden ze bedreigd door de naderende dood? Ze huiverde en drukte die gedachte resoluut weg. Haar zoon was een vechter. Zo helder als hij de zuster daarnet had toegesproken had haar hernieuwde hoop gegeven. Bram gaf niet zomaar op. Ze voelde de hand die ze vasthield wat onrustig heen en weer bewegen en zag dat zijn lippen zich vormden, alsof hij wat wilde zeggen. Selma kwam overeind: 'Wat is er lieverd?' vroeg ze zachtjes, maar
179