gaat u dan thuis wat rusten, mevrouw?'
'Nee, nee,' weerde Selma bang af. 'Nee, ik denk er niet aan, ik laat mijn zoon hier niet alleen.' De verpleegkundige drong aan: 'U ziet er zo afgemat uit. Het zou veel beter zijn als u...' Voetstappen naderden. 'Oh, ik zie dat daar de dokter aankomt,' zei ze en terstond draaide ze zich om en verdween.
De dokter die de hartbewaking betrad had Selma nog niet eerder gezien. Het was een nuffig uitziende jongeman, tiptop verzorgd en geurend naar lotion. Hij boog zich vanaf zijn hoogte quasi onderzoekend even over Bram heen en richtte zich vervolgens tot Selma: 'De zuster heeft u al gezegd naar huis te gaan? U kunt hier toch niet veel doen en zodra er zich een negatieve verandering in uw zoons toestand voordoet, zal ik u laten waarschuwen,' beloofde hij haar. Er was natuurlijk geen denken aan dat ze haar zieke en weerloze zoon overleverde aan de genade van dit soort gewichtig doenerige artsen en betweterige verpleegkundigen. Niemand kon Bram beter dan zij, z'n moeder, bijstaan als hij zijn ogen opensloeg en bang was. 'Ik ga nergens heen,' gaf ze de dokter kort doch resoluut te verstaan, 'ik blijf bij mijn kind.' De arts trok zijn wenkbrauwen op en zei op vermanende toon dat 'meneer Bloch' nu eigenlijk helemaal geen bezoek hebben mocht, dat ze al oneindig tolerant waren haar zo lang bij hem te laten. Selma zag de verpleegster van daarnet, de brunette, weer naderen. De arts liep op haar toe en ze zag ze samen wat staan smoezen, waarna de arts wegliep en de verpleegkundige op haar toekwam met de sussende woorden: 'De dokter bedoelt het niet kwaad, mevrouw Bloch. U hoeft niet naar huis, als u dat niet wilt, we hebben op deze afdeling ook nog een gastenverblijf. U kunt daarheen om een dutje te doen.'
178