recht schotelde ze hem behalve met Rosh Hasjhanna wel vaker voor, maar dit hele jaar had ze daar de puf nog niet voor gehad. Met de appels, wortelen, de zoete aardappelen, een pot honing en kaneel was ze huiswaarts gegaan en had zich de hele weg in de tram al bij voorbaat verkneukeld om zijn stralende gezicht wanneer ze vanavond de dampende tzimmesschotel voor hem op tafel zou zetten. Ze zag op de klok boven Brams ziekenhuisbed dat het bijna half 7 was. Nu hadden ze aan tafel zullen zitten en had ze hem onder het eten alles zullen vertellen over haar bezoek aan dokter de Beer. In gedachte zag ze Brams afkeurende blik, die ongetwijfeld gepaard was gegaan met stevig gemopper zodra hij vernomen had dat ze samen met de dokter over hem gesproken had. Alles, werkelijk alles zou ze ervoor over hebben zijn bestraffende woorden weer te kunnen horen. 'Je moet beter worden, Bram, hoor je?' begon ze met smekende stem en streelde zijn slappe hand. 'We hebben nog zoveel te bepraten. Het spijt me vreselijk dat ik jouw harde werken helemaal verkeerd beoordeeld heb en niet naar je geluisterd heb. Ik.., ik was vanmiddag bij die vervangdokter, ze heet Laura de Beer. Wist je dat die jou kent? Jij hebt haar vroeger nog les gegeven. Zij is daarom bekend met de wiskunde en ze heeft mij gezegd te weten welke formule jij zoekt. Maar ik wil het nu van jou horen. Daarom jongen, daarom moet je snel beter worden zodat jij het mij allemaal kunt uitleggen en waarom die formule voor ons...' De rest van de zin slikte ze in, omdat Brams bovenlichaam zich ineens wat voorover uit de kussens boog en hij zijn ogen opsloeg. Selma stond al naast hem en hij keek haar met warrige blik aan. 'Droom ik?' vroeg hij schor.
176